X Sluit deze melding

Deze website maakt gebruik van cookies. Waarom? Klik hier voor meer informatie.

Polisvoorwaarden Basisverzekering 2014


Algemene Bepalingen

Op de Basisverzekering zijn de Algemene Bepalingen en de Reglementen van toepassing.


Deel B Omvang Dekking ONVZ Vrije Keuze Basisverzekering 2014


Artikel 1 Restitutiebasis

lid 1
De Basisverzekering biedt aanspraak op vergoeding van de kosten voor zorg en overige diensten als hierna omschreven. Daarbij zijn de bepalingen uit deel A-1 ook van toepassing. Binnen deze omschrijvingen bent u vrij in de keuze van zorgverlener.
Voor zorg in het buitenland geldt artikel 25.

lid 2
ONVZ vergoedt de kosten tot maximaal:
1. het tarief volgens de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) op het moment van behandeling, of
2. als er geen Wmg-tarief bestaat, het in Nederland geldende marktconforme bedrag.

lid 3
U heeft op verzoek aanspraak op bemiddeling. Hiervoor kunt u contact opnemen met de ONVZ ZorgConsulent (zie deel C).
Als het gaat om wachtlijsten houdt ONVZ rekening met medisch inhoudelijke factoren en daarnaast maatschappelijke normen van aanvaardbaarheid van wachttijden op basis van psychosociale, ethische en maatschappelijke factoren.


Artikel 2 Eigen risico

lid 1
Voor de Basisverzekering geldt een verplicht eigen risico. De hoogte van dit verplichte eigen risico is € 360,-. U kunt naast dit verplichte eigen risico een vrijwillig eigen risico kiezen. De bedragen van het vrijwillig eigen risico staan vermeld in de premietabel, die onderdeel uitmaakt van de voorwaarden van de Basisverzekering.

lid 2
ONVZ brengt het eigen risico in mindering op vergoedingen vanuit de Basisverzekering. Daarbij is de volgorde eerst het verplichte en dan het vrijwillige eigen risico.

De volgende kosten vallen buiten het verplichte en vrijwillige eigen risico:

  1. kosten van huisartsenzorg, waaronder ook de kosten van inschrijving. De kosten van met de zorg samenhangend onderzoek vallen wel onder het eigen risico als dat onderzoek elders wordt verricht en apart in rekening wordt gebracht;
  2. kosten van zorg bekostigd volgens de beleidsregel van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) voor de prestatiebekostiging multidisciplinaire zorgverlening chronische aandoeningen. De beleidsregel heeft betrekking op ketenzorg voor diabetes mellitus type II bij verzekerden van 18 jaar en ouder, cardiovasculair risicomanagement of COPD (chronisch obstructief longlijden);
  3. kosten van door ONVZ aangewezen programma’s voor preventieve zorg. Deze programma’s kunnen betrekking hebben op preventie van diabetes, depressie, hart- en vaatziekten, chronisch obstructief longlijden, overgewicht of stoppen met roken. Een overzicht van de aangewezen programma’s voor preventieve zorg kunt u aanvragen bij het ONVZ Service Center of raadplegen op www.onvz.nl/polisvoorwaarden;
  4. kosten van de medicatiebeoordeling chronisch receptplichtig geneesmiddelgebruik door een door ONVZ aangewezen apotheek. Een overzicht van de aangewezen apotheken kunt u aanvragen bij het ONVZ Service Center of raadplegen op www.onvz.nl/polisvoorwaarden;
  5. kosten van verloskundige zorg en kraamzorg. Kosten van hiermee samenhangende zorg, zoals geneesmiddelen, laboratoriumonderzoek en ambulancevervoer vallen wel onder het eigen risico;
  6. kosten van nacontrole van de donor nadat de periode, bedoeld in artikel 9, lid 2 is verstreken;
  7. kosten van het in bruikleen verstrekken van hulpmiddelen. De kosten van de daarbij behorende verbruiksartikelen en gebruikskosten vallen wel onder het eigen risico.

lid 3
ONVZ houdt geen verplicht eigen risico in op kosten van zorg of overige diensten waarvan zij de nota’s op of na 31 december 2015 heeft ontvangen en het niet aan u te wijten is dat ONVZ de nota niet voor 31 december 2015 heeft ontvangen.

lid 4
Kosten die niet onder de dekking van de Basisverzekering vallen, tellen niet mee voor het vol maken van het eigen risico.

lid 5
Als de Basisverzekering in de loop van een kalenderjaar ingaat of eindigt, berekent ONVZ het eigen risico door het geldende eigen risico te vermenigvuldigen met het aantal dagen waarop de verzekering liep, gedeeld door het aantal dagen in het kalenderjaar. Wordt u 18 jaar, dan berekent ONVZ het eigen risico door het geldende eigen risico te vermenigvuldigen met het aantal dagen waarover premie wordt betaald, gedeeld door het aantal dagen in het kalenderjaar.

lid 6
Als gedurende het kalenderjaar het eigen risico wijzigt en u onmiddellijk voorafgaand aan die wijziging al een Basisverzekering had gesloten, berekent ONVZ het eigen risico als volgt:

  1. ieder bedrag aan eigen risico dat in het betreffende kalenderjaar gold of zal gelden wordt vermenigvuldigd met het aantal dagen in dat jaar waarvoor dat risico gold of zal gelden;
  2. de zo berekende bedragen worden bij elkaar opgeteld en gedeeld door het aantal dagen in het kalenderjaar, waarbij de uitkomst wordt afgerond op hele euro’s.

lid 7
Voor de verrekening van het eigen risico wordt een DBC, DBC-zorgproduct of prestatie Basis GGZ toegerekend aan het jaar waarin de DBC, het DBC-zorgproduct of de prestatie Basis GGZ wordt geopend.


Artikel 3 Preventieve zorg

lid 1
ONVZ vergoedt de kosten van zorg als omschreven in deze verzekering, ook als sprake is van de volgende vormen van preventie:

  1. geïndiceerde preventie, gericht op het voorkomen van ziekte bij mensen die een hoog risico op een aandoening hebben;
  2. zorggerelateerde preventie, gericht op het voorkómen van complicaties of verergeren van een ziekte.

ONVZ vergoedt geen kosten voor anonieme behandeling via internet.

lid 2
Voor enkele vormen van geïndiceerde preventie zoals bedoeld in lid 1 gelden nadere voorwaarden die hieronder zijn omschreven.

a. Begeleiding bij stoppen met roken
Aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten van een stoppen-met-rokenprogramma, maximaal één keer per kalenderjaar. Een stoppen-met-rokenprogramma omvat op gedragsverandering gerichte geneeskundige zorg - al dan niet in combinatie met geneesmiddelen - met als doel te stoppen met roken.

Naast korte ondersteunende adviezen voor het stoppen met roken door huisarts, medisch-specialist of verloskundige, vergoedt ONVZ ook intensievere begeleiding bij het stoppen met roken, zoals persoonlijke coaching, telefonische coaching en groepstraining door een huisarts, verpleegkundige of zorgverlener die geregistreerd staat in het kwaliteitsregister Stoppen met roken van het Partnership Stop met Roken. Het kwaliteitsregister Stoppen met roken kunt u raadplegen op www.KwaliteitsregisterStopmetRoken.nl. Voor meer informatie kunt u ook contact opnemen met het ONVZ Service Center.

Als de begeleidende zorgverlener dit noodzakelijk acht, vergoedt ONVZ ook ondersteuning met geneesmiddelen. De geneesmiddelen moeten voorgeschreven zijn door de behandelend arts, medisch-specialist, verloskundige of verpleegkundig specialist en onderdeel zijn van het behandelprogramma.

b. Preventie van depressie
Aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten voor zorg ter preventie van depressie als sprake is van een subklinische depressie. Iemand heeft dan depressieve klachten maar nog niet voldoende om van een depressie te spreken.

ONVZ vergoedt de kosten voor zorg verleend door of onder verantwoordelijkheid van de huisarts. Een praktijkondersteuner, psycholoog of andere zorgverlener kan de zorg dus ook verlenen. ONVZ vergoedt de kosten als huisartsenzorg (artikel 4). De voorwaarden zoals daar omschreven zijn dan ook van toepassing op deze preventieve zorg.

De zorg kan bestaan uit programma’s gebaseerd op de volgende therapievormen:

  • cognitieve gedragstherapie, waaronder de programma’s Beating the Blues en Kleur je leven of de cursus In de put, uit de put;
  • interpersoonlijke therapie;
  • problem solving therapy.

Geen aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten van bewegingsgerichte programma’s.

c. Preventieve zorg bij overgewicht
Als sprake is van een BMI van 25 – 30 kg/m2, bestaat aanspraak op vergoeding van de kosten van algemene leefstijladviezen door of onder verantwoordelijkheid van een huisarts. Een praktijkondersteuner, leefstijladviseur, diëtiste of andere zorgverlener kan de advisering dus ook uitvoeren. Deze advisering over leefstijl, voeding en gedragsverandering vergoedt ONVZ als huisartsenzorg (artikel 4). De voorwaarden zoals daar omschreven zijn dan ook van toepassing op deze leefstijladvisering.

Aanspraak bestaat op vergoeding van een deel van de kosten van een gecombineerde leefstijlinterventie, zoals hierna beschreven. De gecombineerde leefstijlinterventie vindt plaats op verwijzing van een huisarts, bedrijfsarts of medisch-specialist. Uit de verwijzing moet blijken dat sprake is van:
1. een BMI van minimaal 30 kg/m2, of
2. een BMI van 25 - 30 kg/m2 in combinatie met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten, een verhoogd risico op diabetes mellitus type II of een manifeste ziekte die samenhangt met het overgewicht. Het verhoogde risico of de samenhang met een ziekte is vastgesteld door de huisarts.

Een gecombineerde leefstijlinterventie is een samenhangend zorgprogramma dat gericht is op het aanwennen en behouden van gezond gedrag. Het bestaat uit drie componenten:

  • advisering over en begeleiding bij voeding- en eetgewoontes: ONVZ vergoedt de kosten als dieetadvisering (artikel 16, lid 6) of huisartsenzorg (artikel 4). De voorwaarden zoals omschreven in de genoemde artikelen zijn dan ook van toepassing op deze advisering en begeleiding;
  • advisering over en begeleiding bij beweging. Als u jonger bent dan 18 jaar vergoedt ONVZ de kosten van advisering over en begeleiding bij beweging door een fysiotherapeut of een oefentherapeut als fysiotherapie en oefentherapie (artikel 16, lid 3). De voorwaarden zoals daar omschreven zijn dan ook van toepassing op deze advisering en begeleiding. Als u 18 jaar bent of ouder, komen deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking. ONVZ adviseert om na te gaan of een eventuele aanvullende verzekering dekking biedt. ONVZ vergoedt de kosten van advisering over beweging door een leefstijladviseur onder de verantwoordelijkheid van een huisarts (voor alle leeftijden) als huisartsenzorg (artikel 4). De voorwaarden zoals daar omschreven zijn dan ook van toepassing op deze advisering;
  • begeleiding bij gedragsverandering door of onder verantwoordelijkheid van een huisarts. Een praktijkondersteuner, leefstijladviseur, psycholoog of andere zorgverlener in de huisartsenpraktijk kan de begeleiding dus ook uitvoeren. ONVZ vergoedt de kosten als huisartsenzorg (artikel 4). De voorwaarden zoals daar omschreven zijn dan ook van toepassing op deze begeleiding.

d. Preventie van problematisch alcoholgebruik
Aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten voor zorg ter preventie van problematisch alcoholgebruik als sprake is van een hoog risico op problematisch alcoholgebruik of alcoholafhankelijkheid.

ONVZ vergoedt de kosten voor zorg verleend door of onder verantwoordelijkheid van de huisarts. Een praktijkondersteuner, psycholoog of andere zorgverlener kan de zorg dus ook verlenen. ONVZ vergoedt de kosten als huisartsenzorg (artikel 4). De voorwaarden zoals daar omschreven zijn dan ook van toepassing op deze preventieve zorg.
De zorg kan bestaan uit kortdurende programma’s die zijn gebaseerd op de therapeutische principes van motiverende gespreksvoering of cognitieve gedragstherapie zoals de programma’s Minder drinken en De Drinktest, aangeboden door het Trimbos Instituut.

Geen aanspraak bestaat op vergoeding van kosten voor preventieve zorg voor kinderen van ouders met een alcoholverslaving, als het kind niet zelf een verhoogd risico op problematisch alcoholgebruik loopt.

e. Preventie van paniekstoornis
Aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten voor zorg ter preventie van paniekstoornissen als sprake is van een subklinische paniekstoornis. Iemand heeft dan paniekklachten maar er is geen sprake van een volwaardige paniekstoornis.

ONVZ vergoedt de kosten voor zorg verleend door of onder verantwoordelijkheid van de huisarts. Een praktijkondersteuner, psycholoog of andere zorgverlener kan de zorg dus ook verlenen. ONVZ vergoedt de kosten als huisartsenzorg (artikel 4). De voorwaarden zoals daar omschreven zijn dan ook van toepassing op deze preventieve zorg.
De zorg kan bestaan uit kortdurende programma’s op basis van cognitieve gedragstherapie, waaronder het programma Geen Paniek.


Artikel 4 Huisartsenzorg

Aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten voor geneeskundige zorg zoals huisartsen die plegen te bieden. Een huisarts of een daarmee gelijk te stellen arts/zorgaanbieder, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van een huisarts, verleent de zorg. Huisartsenzorg omvat ook daarmee samenhangend (laboratorium)onderzoek.


Artikel 5 Medisch-specialistische zorg

lid 1
Aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten voor geneeskundige zorg, zoals medisch-specialisten die plegen te bieden. Een medisch-specialist verleent de zorg. Voor vergoeding is een verwijzing noodzakelijk van een huisarts, bedrijfsarts, arts verstandelijk gehandicapten, specialist ouderengeneeskunde of verpleeghuisarts, jeugdgezondheidszorgarts of consultatiebureau-arts, behalve bij onvoorziene behandeling. Als de medisch-specialistische zorg verband houdt met zwangerschap of bevalling kan een verloskundige ook verwijzen.

lid 2
a. Ziekenhuisopname
Aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten voor opname in een ziekenhuis op basis van de laagste klasse voor maximaal 365 dagen. Een onderbreking van maximaal 30 dagen geldt niet als onderbreking, maar deze dagen tellen niet mee voor de berekening van de 365 dagen. Onderbrekingen voor weekend- en vakantieverlof tellen wel mee voor de berekening van de 365 dagen.

ONVZ vergoedt de kosten voor medisch-specialistische behandeling, zoals hierna omschreven, en het verblijf, al dan niet met verpleging en verzorging. Ook vergoedt ONVZ de kosten van bij de behandeling behorende paramedische zorg, geneesmiddelen, hulpmiddelen en verbandmiddelen tijdens de opname.

b. Niet-klinische medisch-specialistische zorg
Aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten voor medisch-specialistische zorg in of door een ziekenhuis, in de huispraktijk van de medisch-specialist of elders. ONVZ vergoedt de kosten van de medisch-specialistische behandeling en de bijbehorende verpleging, paramedische zorg, geneesmiddelen, hulpmiddelen en verbandmiddelen.

c. Behandelingen van plastisch-chirurgische aard
De kosten van behandeling van plastisch-chirurgische aard vallen alleen onder de aanspraak als de behandeling is bestemd voor correctie van:

  1. afwijkingen van het uiterlijk die gepaard gaan met aantoonbare lichamelijke functiestoornissen;
  2. verminkingen als gevolg van een ziekte, ongeval of geneeskundige verrichting;
  3. verlamde of verslapte bovenoogleden als gevolg van een aangeboren afwijking of een bij de geboorte aanwezige chronische aandoening;
  4. de volgende aangeboren afwijkingen: lip-, kaak- en gehemeltespleten, misvormingen van het benig aangezicht, goedaardige woekeringen van bloedvaten, lymfevaten of bindweefsel, geboortevlekken of misvormingen van urineweg- en geslachtsorganen;
  5. primaire geslachtskenmerken bij vastgestelde transseksualiteit.

d. In-vitrofertilisatie (ivf)
Voor ivf bestaat aanspraak op vergoeding van de kosten van de eerste, tweede en derde poging per bij u te realiseren zwangerschap zolang u bij aanvang van de betreffende poging jonger bent dan 43 jaar.
Als u bij aanvang van de eerste of tweede ivf-poging jonger bent dan 38 jaar, vergoedt ONVZ de kosten alleen als niet meer dan één embryo wordt teruggeplaatst.

Een ivf-poging houdt in:

  1. het door hormonale behandeling bevorderen van de rijping van eicellen in uw lichaam;
  2. de follikelpunctie;
  3. de laboratoriumfase;
  4. het een of meer keren implanteren van één of twee embryo’s in de baarmoederholte om zwangerschap te doen ontstaan.

Bijzonderheden

  1. ONVZ vergoedt geen kosten van ivf als bij een goede prognose op basis van een risicoscore (Hunalt score) niet eerst een afwachtend beleid is gevoerd zoals vastgelegd in de richtlijn “onverklaarbare subfertiliteit” van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG).
  2. Een icsi (intracytoplasmatische sperma-injectie)-behandeling met een ivf-behandeling, al dan niet met gebruikmaking van eiceldonatie, wordt gelijkgesteld aan een ivf-poging. Er bestaat geen aanspraak op vergoeding van de kosten van de eiceldonatie.
  3. Van een poging is sprake bij een geslaagde follikelpunctie. Alleen pogingen die daarna zijn afgebroken tellen mee voor het aantal pogingen. De terugplaatsing van de/alle bij een poging verkregen embryo’s (al dan niet tussentijds gecryopreserveerd) maakt deel uit van de poging waarmee de embryo’s verkregen zijn, zolang geen sprake is van een doorgaande zwangerschap.
  4. Van een doorgaande zwangerschap is sprake bij een levende embryo van ten minste twaalf weken zwangerschap vanaf de laatste menstruatie bij een spontaan ontstane zwangerschap. Voor de zwangerschapsduur bij ivf betekent dat tien weken na het moment van follikelpunctie. De bevruchting van de eicel vindt direct aansluitend aan de punctie plaats. Bij cryo-embryo’s geldt niet de punctie, maar het tijdstip van implantatie als beginpunt van de telling. De telperiode wordt daarmee vier dagen korter, dus in totaal negen weken en drie dagen.
  5. Een nieuwe poging na een doorgaande zwangerschap - spontaan of na ivf - geldt als nieuwe eerste poging.

e. Behandeling van chronische aspecifieke rugklachten
Voor behandeling van chronische aspecifieke rugklachten bestaat tot 1 januari 2016 ook aanspraak op vergoeding van de kosten van behandeling met toepassing van anaesthesiologische pijnbestrijdingstechnieken als u deelneemt aan het onderzoek dat ZonMw financiert. Voor meer informatie over dit onderzoek kunt u contact opnemen met het ONVZ Service Center of raadpleeg www.onvz.nl/polisvoorwaarden.

Als u voor 1 januari 2014 bent begonnen met een behandeling van chronische aspecifieke lage rugklachten met toepassing van radiofrequente denervatie, die volgens de Basisverzekering werd vergoed, dan vergoedt ONVZ de afronding van die behandeling tot 1 januari 2016.

f. Behandeling van therapieresistente hypertensie
Voor behandeling van therapieresistente hypertensie (verhoogde bloeddruk) bestaat tot 1 januari 2017 aanspraak op vergoeding van de kosten van behandeling met toepassing van percutane renale denervatie als u deelneemt aan het onderzoek dat ZonMw financiert. Voor meer informatie over dit onderzoek kunt u contact opnemen met het ONVZ Service Center of raadpleeg www.onvz.nl/polisvoorwaarden.

Als u voor 1 januari 2014 bent begonnen met een behandeling van therapieresistente hypertensie met toepassing van percutane renale denervatie, die volgens de Basisverzekering werd vergoed, dan vergoedt ONVZ de afronding van die behandeling tot 1 januari 2017.

g. Intra-arteriële behandeling bij herseninfarct
Voor behandeling van een herseninfarct bij verzekerden bij wie behandeling met intraveneuze thrombolytica niet mogelijk of contra-geïndiceerd is, bestaat tot 1 januari 2017 aanspraak op vergoeding van de kosten van intra-arteriële thrombolyse (IAT). Voorwaarde is dat u deelneemt aan de landelijke studie die in Nederland wordt uitgevoerd naar IAT: Multicenter Randomized Clinical trial of Endovascular treatment for Acute ischemic stroke in the Netherlands (MRCLEAN). Voor meer informatie over deze studie kunt u contact opnemen met het ONVZ Service Center of raadpleeg www.onvz.nl/polisvoorwaarden.

Als u voor 1 januari 2014 bent begonnen met een behandeling van een herseninfarct met toepassing van intra-arteriële thrombolyse, die volgens de Basisverzekering werd vergoed, dan vergoedt ONVZ de afronding van die behandeling tot 1 januari 2017.

h. Transluminale endoscopische step-up benadering bij patiënten met geïnfecteerde pancreasnecrose
Abcessen bij geïnfecteerde pancreasnecrose kunnen in plaats van chirurgisch ook endoscopisch (toegang via slokdarm/maag) behandeld worden. Tot 1 januari 2018 bestaat aanspraak op vergoeding van de kosten van deze transluminale endoscopische behandeling als u deelneemt aan de landelijke, door ZonMW gefinancierde, studie TENSION: Transluminal ENdoscopic versus SurgIcal necrOsectomy in patients with infected pancreatic Necrosis. Voor meer informatie over deze studie en de ziekenhuizen die de behandeling uitvoeren, kunt u contact opnemen met het ONVZ Service Center of raadpleeg www.onvz.nl/polisvoorwaarden.

i. Autologe stamceltransplantaties bij therapierefractaire patiënten met de ziekte van Crohn
Voor patiënten met een ernstige vorm van de ziekte van Crohn (chronische ontsteking van het maag-darmstelsel) die niet voldoende reageren op medicamenteuze behandeling met o.a.TNF-alfa blokkers, bestaat tot 1 januari 2018 aanspraak op vergoeding van de kosten van autologe stamceltransplantatie. Voorwaarde is dat u deelneemt aan een nationale prospectieve niet vergelijkende studie die door ZonMW wordt gefinancierd. Voor meer informatie over deze studie en de ziekenhuizen die de behandeling uitvoeren, kunt u contact opnemen met het ONVZ Service Center of raadpleeg www.onvz.nl/polisvoorwaarden.

lid 3
Geen aanspraak bestaat op vergoeding van kosten voor:

  1. behandeling van verlamde of verslapte bovenoogleden anders dan als gevolg van een aangeboren afwijking of van een bij de geboorte aanwezige chronische aandoening;
  2. liposuctie (wegzuigen van onderhuids vet) van de buik;
  3. abdominoplastiek (buikwandcorrectie), tenzij sprake is van afwijkingen in het uiterlijk die gepaard gaan met aantoonbare lichamelijke functiestoornissen of verminkingen als gevolg van een ziekte, ongeval of geneeskundige verrichting;
  4. het operatief plaatsen en het operatief vervangen van een borstprothese, anders dan na een - gehele of gedeeltelijke - borstamputatie;
  5. het operatief verwijderen van een borstprothese zonder medische noodzaak;
  6. behandelingen tegen snurken met uvuloplastiek (reconstructie van de huig);
  7. behandelingen gericht op sterilisatie (zowel man als vrouw);
  8. behandelingen gericht op het ongedaan maken van sterilisatie (zowel man als vrouw);
  9. behandelingen gericht op circumcisie (besnijdenis van de man);
  10. behandeling van plagiocefalie (scheve schedel) en brachycefalie (brede schedel) zonder craniosynostose (voortijdige vergroeiing van schedelnaden) met een redressiehelm.

lid 4
Voor vergoeding van kosten voor mondzorg door de kaakchirurg geldt niet dit artikel, maar artikel 17.
Voor vergoeding van kosten voor Gespecialiseerde GGZ (geestelijke gezondheidszorg) geldt niet dit artikel, maar artikel 24. Als geestelijke gezondheidszorg echter noodzakelijk is als onderdeel van de integrale behandeling door een medisch-specialist, dan worden de kosten niet apart vergoed volgens de artikelen 23 en 24, maar vallen ze onder het DBC-zorgproduct van de medisch-specialistische zorg.


Artikel 6 Verpleegkundige zorg

Aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten voor zorg zoals verpleegkundigen die plegen te bieden. ONVZ vergoedt deze kosten als de verpleegkundige zorg noodzakelijk is in verband met medisch-specialistische zorg, zonder dat sprake is van opname. Een verpleegkundige of verpleegkundig specialist verleent de zorg.
Er bestaat alleen aanspraak op vergoeding van kosten als ONVZ toestemming vooraf heeft gegeven. Bij de aanvraag voor toestemming dient een behandelplan van de medisch-specialist te worden ingediend.

Geen aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten van verpleegkundige zorg noodzakelijk in verband met thuisbeademing of palliatieve terminale zorg. Aanspraak op deze vormen van zorg is geregeld in de AWBZ.


Artikel 7 Geboortezorg

lid 1
Als vrouwelijke verzekerde heeft u aanspraak op vergoeding van de kosten voor verloskundige zorg zoals verloskundigen die plegen te bieden. Een verloskundige, een medisch-specialist of een huisarts verleent de zorg, al dan niet in combinatie met zorg vanuit een geboortecentrum. Ook heeft u als vrouwelijke verzekerde aanspraak op vergoeding van de kosten voor kraamzorg zoals kraamverzorgenden die plegen te bieden.

Onderdeel van deze zorg is prenatale screening, die omvat:

  • het geven van informatie over prenatale screening (counseling);
  • structureel echoscopisch onderzoek (SEO) in het tweede trimester van de zwangerschap (de 20-weken echo);
  • een combinatietest, bestaande uit een nekplooimeting en een bloedonderzoek voor zwangeren van 36 jaar en ouder. AIs u jonger bent dan 36 jaar, dan vergoedt ONVZ de kosten van een combinatietest uitsluitend op medische indicatie van de huisarts, verloskundige, of medisch-specialist.

SEO en combinatietest mogen alleen worden uitgevoerd door een zorgverlener met een vergunning volgens de Wet op het Bevolkingsonderzoek (WBO) of een samenwerkingsafspraak met een Regionaal Centrum voor prenatale screening dat een vergunning heeft, tenzij er sprake is van een medische indicatie.

lid 2
De volgende situaties worden onderscheiden:
a. Bevalling en kraamzorg in een ziekenhuis met medische noodzaak
Als bevalling in een ziekenhuis medisch noodzakelijk is, vergoedt ONVZ voor de moeder en haar kind, met ingang van de dag van bevalling, de kosten voor medisch-specialistische zorg en opname in het ziekenhuis volgens artikel 5.

b. Bevalling en kraamzorg in een ziekenhuis zonder medische noodzaak of in een geboortecentrum
Als de bevalling en kraamzorg in een ziekenhuis plaatsvinden zonder medische noodzaak, of in een geboortecentrum, vergoedt ONVZ voor de moeder en haar kind, met ingang van de dag van bevalling, de kosten voor verloskundige zorg en kraamzorg. Hiervoor geldt een eigen bijdrage voor zowel moeder als haar kind van € 16,50 per persoon per dag. Deze eigen bijdrage wordt vermeerderd met het bedrag waarmee het tarief van het ziekenhuis of het geboortecentrum de € 116,50 per persoon per dag te boven gaat. De vaststelling van het aantal opnamedagen gebeurt op basis van de opgave door het ziekenhuis of door het kraambureau dat kraamzorg verleent na ontslag uit het ziekenhuis.

c. Bevalling en/of kraamzorg thuis
Bij bevalling en kraamzorg thuis vergoedt ONVZ de kosten voor:

  1. verloskundige zorg (inclusief voor- en nazorg) door de huisarts of verloskundige;
  2. de inschrijving, intake en partusassistentie tot maximaal drie uur na de bevalling;
  3. tenminste 24 en maximaal 80 uren kraamzorg, gedurende maximaal tien dagen, te rekenen vanaf de dag van bevalling. Het daadwerkelijke aantal uren kraamzorg is afhankelijk van de behoefte van moeder en haar kind en wordt vastgesteld en toegekend in overleg met ONVZ. Het uitgangspunt is wat het geboortecentrum of kraambureau op grond van het Landelijk Indicatie Protocol Kraamzorg indiceert. Voor deze vergoeding geldt een eigen bijdrage van € 4,10 per uur.

Als na de bevalling in een ziekenhuis of geboortecentrum de kraamzorg thuis of in een kraamhotel plaatsvindt, vergoedt ONVZ de kosten voor kraamzorg zoals omschreven onder 3. Hierbij geldt dat ONVZ het aantal dagen doorgebracht in het ziekenhuis of geboortecentrum in mindering brengt op de genoemde termijn van maximaal tien dagen.

Kosten van het kraamhotel anders dan voor kraamzorg worden niet vergoed.

d. ONVZ regelt graag voor u de kraamzorg. De aanvraagprocedure daarvoor kunt u nalezen in deel C (Zorgdiensten).


Artikel 8 Revalidatie

lid 1
Medisch-specialistische revalidatie
Aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten voor medisch-specialistische revalidatie als:

  1. deze zorg voor u het meest doeltreffend is ter voorkoming, vermindering of overwinning van een handicap. De handicap is het gevolg van stoornissen of beperkingen in het bewegingsapparaat of van een aandoening van het centrale zenuwstelsel en leidt tot beperkingen in de communicatie, cognitie of gedrag, en
  2. u met deze zorg een mate van zelfstandigheid kunt bereiken of behouden die, gegeven uw beperkingen, redelijkerwijs mogelijk is.

Medisch-specialistische revalidatie kan plaatsvinden:

  1. in deeltijd- of dagbehandeling;
  2. tijdens een opname in een ziekenhuis of revalidatiecentrum, als daarmee spoedig betere resultaten te verwachten zijn dan met revalidatie zonder opname.

lid 2
Geriatrische revalidatie
Aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten van geriatrische revalidatie zoals specialisten ouderengeneeskunde die plegen te bieden, als

  • sprake is van integrale en multidisciplinaire revalidatiezorg, en
  • bij u sprake is van kwetsbaarheid, complexe multimorbiditeit en afgenomen leer- en trainbaarheid, en
  • de zorg gericht is op het zodanig verminderen van uw functionele beperkingen dat terugkeer naar uw thuissituatie mogelijk is, en
  • de zorg bij aanvang gepaard gaat met een opname in een verpleeghuis of andere instelling die voor het leveren van geriatrische revalidatie wettelijk is toegelaten. Deze instelling heeft een gespecialiseerde afdeling ingericht voor het leveren van geriatrische revalidatiezorg.

De zorg sluit aan op een ziekenhuisopname zoals bedoeld in artikel 5 lid 2a, terwijl u voorafgaand aan die ziekenhuisopname niet ten laste van de AWBZ verbleef en werd behandeld in een verpleeghuis of andere instelling.

De indicatie voor geriatrische revalidatiezorg wordt gesteld tijdens de ziekenhuisopname door de behandelend medisch-specialist in samenspraak met de specialist ouderengeneeskunde. De medisch-specialist en andere zorgverleners in het ziekenhuis werken in samenspraak met de specialist ouderengeneeskunde tijdens de ziekenhuisopname al systematisch aan - duidelijkheid over - het vervolgtraject geriatrische revalidatiezorg.
De geriatrische revalidatiezorg wordt uitgevoerd door een multidisciplinair team onder leiding van een specialist ouderengeneeskunde of verpleeghuisarts op basis van een behandelplan. Dit behandelplan voldoet aan de relevante richtlijnen van het CBO (Centraal BegeleidingsOrgaan voor de intercollegiale toetsing) en de behandelkaders van Verenso (de beroepsorganisatie van specialisten ouderengeneeskunde en sociaal geriaters).

ONVZ vergoedt de kosten van de geriatrische revalidatie voor maximaal een periode van zes maanden. In bijzondere gevallen kunt u ONVZ toestemming vragen voor een langere periode.

De geriatrische revalidatie omvat ook de ambulante revalidatiezorg als die na overgang naar huis wordt voortgezet.

De kosten voor geriatrische revalidatiezorg worden in rekening gebracht met een DBC-zorgproduct.


Artikel 9 Orgaantransplantaties

lid 1
Aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten voor transplantaties van weefsels en organen in een ziekenhuis als de transplantatie is verricht in: 

  1. een EU- of EER-land, of
  2. een ander land, als de donor daar woont en uw echtgenoot, uw geregistreerd partner of uw bloedverwant in de eerste, tweede of derde graad is.

ONVZ vergoedt ook de kosten van de medisch-specialistische zorg voor de selectie van de donor en de operatieve verwijdering van het transplantatiemateriaal bij de gekozen donor. Verder vergoedt ONVZ de kosten voor het onderzoek, de preservering, de verwijdering en het vervoer van het postmortale transplantatiemateriaal in verband met de voorgenomen transplantatie.

lid 2
De donor heeft aanspraak op vergoeding van de kosten van zorg zoals omschreven in deze verzekering tot maximaal 13 weken na de datum van ontslag uit de instelling waarin de donor voor selectie of verwijdering van het transplantatiemateriaal is opgenomen. Bij een levertransplantatie is deze periode maximaal een half jaar. De aanspraak in dit lid betreft alleen kosten van verleende zorg die verband houdt met die opname.
Ook heeft de donor aanspraak op vergoeding van de kosten van het vervoer binnen Nederland in de laagste klasse van een openbaar vervoermiddel voor de selectie, opname en ontslag uit het ziekenhuis en voor de zorg, bedoeld in dit lid. Als dit medisch noodzakelijk is, kan dit vervoer ook per auto plaatsvinden.

Als een donor in het buitenland woont en er transplantatie plaatsvindt van een nier, beenmerg of lever in Nederland, dan vergoedt ONVZ ook de kosten van het vervoer van de donor naar Nederland en terug. Daarbij vergoedt ONVZ aan deze donor ook de overige kosten gemoeid met de transplantatie, als die kosten verband houden met het wonen van de donor in het buitenland. Tot deze laatste kosten behoren in ieder geval niet de verblijfkosten in Nederland en eventuele gederfde inkomsten.


Artikel 10 Dialysezorg

Aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten voor niet-klinische hemodialyse en peritoneaaldialyse en de medisch-specialistische zorg die hierbij hoort. De zorg wordt verleend in een dialysecentrum of bij u thuis en kan gepaard gaan met onderzoek, behandeling, verpleging, farmaceutische zorg en psychosociale begeleiding van uzelf of van personen die helpen bij het uitvoeren van de dialyse thuis.

In geval van thuisdialyse omvat de aanspraak ook:

  1. de kosten voor de opleiding door het dialysecentrum van hen die de thuisdialyse uitvoeren of daarbij helpen;
  2. het verstrekken of in bruikleen geven van de dialyse-apparatuur met toebehoren;
  3. de kosten van de regelmatige controle en onderhoud (vervanging inbegrepen), en de kosten van de chemicaliën en vloeistoffen die nodig zijn voor de dialyse;
  4. de overige gebruiksartikelen die redelijkerwijs nodig zijn bij de thuisdialyse (zoals een dialysestoel);
  5. kosten van de noodzakelijke deskundige assistentie door het dialysecentrum.

Deze onderdelen zijn van toepassing op hemodialyse en de verschillende vormen van peritoneaaldialyse. De kosten maken onderdeel uit van het DBC-zorgproduct dat het ziekenhuis of dialysecentrum in rekening brengt.

In geval van thuisdialyse vergoedt ONVZ, naast het DBC zorgproduct, ook:

  1. de redelijke kosten voor aanpassingen in en aan de woning en voor het herstel in de oorspronkelijke staat, als andere - wettelijke - regelingen daarin niet voorzien;
  2. de overige redelijke kosten die rechtstreeks met de thuisdialyse samenhangen als andere - wettelijke - regelingen daarin niet voorzien. 


Artikel 11 Mechanische beademing

Aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten voor mechanische beademing in een beademingscentrum en de medisch-specialistische zorg die hierbij hoort.
De beademing kan ook plaatsvinden bij u thuis onder verantwoordelijkheid van een beademingscentrum. Dan vergoedt ONVZ de kosten van:

  1. het door het beademingscentrum gebruiksklaar ter beschikking stellen van de benodigde apparatuur;
  2. de medisch-specialistische en farmaceutische zorg die bij de beademing hoort, verleend onder verantwoordelijkheid van een beademingscentrum.


Artikel 12 Oncologische aandoeningen bij kinderen

Aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten van centrale (referentie-)diagnostiek, coördinatie en registratie van ingezonden lichaamsmateriaal door de Stichting Kinderoncologie Nederland (Skion).


Artikel 13 Trombosedienst

Aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten voor zorg door de trombosedienst op verwijzing van een arts of medisch-specialist. ONVZ vergoedt de kosten van:

  1. het regelmatig afnemen van bloedmonsters;
  2. het (onder verantwoordelijkheid van de trombosedienst laten) verrichten van de noodzakelijke laboratoriumonderzoeken voor bepaling van de stollingstijd van het bloed;
  3. het beschikbaar stellen van apparatuur en toebehoren waarmee u zelf de stollingstijd van uw bloed kan meten;
  4. opleiding in het gebruik van deze apparatuur, en begeleiding bij uw metingen;
  5. advisering over de toepassing van geneesmiddelen voor beïnvloeding van de bloedstolling.

Het Reglement Hulpmiddelen bevat nadere voorwaarden voor de vergoeding onder 3. Het reglement kunt u aanvragen bij het ONVZ Service Center of raadplegen op www.onvz.nl/polisvoorwaarden.


Artikel 14 Erfelijkheidsonderzoek en -advisering

Aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten van centrale (referentie-)diagnostiek, coördinatie en registratie van ingezonden bloed- en beenmergpreparaten door een centrum voor erfelijkheidsonderzoek, na verwijzing door een huisarts, bedrijfsarts of medisch-specialist.
ONVZ vergoedt de kosten van: het onderzoek naar en van erfelijke afwijkingen door middel van stamboomonderzoek, chromosoomonderzoek, biochemische diagnostiek, ultrageluidonderzoek en DNA-onderzoek, de erfelijkheidsadvisering en de psychosociale begeleiding die bij deze zorg hoort. Als dit noodzakelijk is voor het advies aan u, vergoedt ONVZ ook de kosten van onderzoeken bij andere personen dan uzelf. Aan hen kan dan ook advisering plaatsvinden.


Artikel 15 Audiologische zorg

Aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten voor zorg door een audiologisch centrum op verwijzing van een huisarts, bedrijfsarts, kinderarts of keel-, neus- en oorarts.

ONVZ vergoedt de kosten van:

  1. onderzoek naar het gehoor;
  2. advisering over aan te schaffen gehoorapparatuur;
  3. voorlichting over het gebruik van de apparatuur;
  4. psychosociale zorg noodzakelijk in verband met problemen met de gestoorde gehoorfunctie;
  5. hulp bij het stellen van een diagnose bij spraak- en taalstoornissen voor kinderen tot zeven jaar.


Artikel 16 Paramedische zorg

lid 1
Aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten van zorg zoals fysiotherapeuten, oefentherapeuten, ergotherapeuten, logopedisten en diëtisten die plegen te bieden.
ONVZ vergoedt de kosten van behandeling op afwijkende praktijklocaties, zoals scholen voor regulier of speciaal onderwijs, (medisch) kinderdagverblijven of Centra voor Jeugd en Gezin, alleen als ONVZ hiervoor vooraf toestemming heeft verleend. ONVZ geeft alleen toestemming als er een indicatie is voor behandeling op de bedoelde locaties en sprake is van incidentele behandeling.
ONVZ vergoedt geen extra kosten voor behandeling buiten de reguliere werktijden.

lid 2 Fysiotherapie en oefentherapie
Aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten van behandeling door een fysiotherapeut, kinderfysiotherapeut, manueel therapeut, oefentherapeut Mensendieck/oefentherapeut Cesar, bekkentherapeut, geriatriefysiotherapeut of oedeemtherapeut. Bij oedeemtherapie kan ook een huidtherapeut de behandeling uitvoeren.
Er moet sprake zijn van een indicatie in verband met een aandoening, die in Bijlage 1 van het Besluit zorgverzekering is genoemd. De daarbij genoemde behandelduur mag niet zijn overschreden. Als u 18 jaar of ouder bent, worden de kosten van de eerste 20 behandelingen voor de betreffende aandoening niet vergoed.

In afwijking van deze vergoedingsregeling vergoedt ONVZ, als u 18 jaar of ouder bent, de kosten van maximaal negen behandelingen bekkenfysiotherapie in verband met urine-incontinentie. Hier geldt de vergoeding dus vanaf de eerste behandeling.

Bijlage 1 van het Besluit zorgverzekering kunt u aanvragen bij het ONVZ Service Center of raadplegen op www.onvz.nl/polisvoorwaarden.

lid 3
Voor fysiotherapie en oefentherapie aan kinderen tot 18 jaar bestaat - naast de dekking in lid 2 - ook aanspraak op vergoeding van de kosten van maximaal negen behandelingen door een fysiotherapeut, kinderfysiotherapeut, manueel therapeut, bekkentherapeut of oefentherapeut Mensendieck/oefentherapeut Cesar per indicatie per kalenderjaar.
Op verwijzing van huisarts of medisch specialist vergoedt ONVZ voor deze verzekerden de kosten van maximaal negen extra behandelingen door de genoemde zorgverleners per indicatie per kalenderjaar als na negen behandelingen nog geen toereikend resultaat is bereikt.

lid 4 Ergotherapie
Aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten voor advisering, instructie, training of behandeling door een ergotherapeut met als doel de zelfzorg en zelfredzaamheid te bevorderen of te herstellen. ONVZ vergoedt maximaal tien behandeluren per kalenderjaar. De ergotherapeut verleent de zorg in zijn behandelruimte of bij u thuis.

lid 5 Logopedie
Aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten voor behandeling door een logopedist. ONVZ vergoedt de kosten van logopedische behandeling als deze een geneeskundig doel heeft en van de behandeling herstel of verbetering van de spraakfunctie of het spraakvermogen kan worden verwacht. ONVZ vergoedt geen kosten van behandeling ter ondersteuning van onderwijs. Dit betreft onder meer de behandeling van taalontwikkelingsstoornissen bij dialect of anderstaligheid.

lid 6 Dieetadvisering
Aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten van voorlichting en advisering op het terrein van voeding en eetgewoonten met een medisch doel door een diëtist. ONVZ vergoedt maximaal drie behandeluren per kalenderjaar.


Artikel 17 Mondzorg

lid 1
Aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten voor zorg zoals tandartsen die plegen te bieden. Een tandarts, kaakchirurg, orthodontist, tandprotheticus of mondhygiënist verleent de zorg. ONVZ vergoedt alleen de kosten van bijzondere tandheelkundige zorg, dat wil zeggen de tandheelkundige zorg die noodzakelijk is:

  1. als u een zo ernstige ontwikkelingsstoornis, groeistoornis of verworven afwijking van het tand-kaak-mondstelsel heeft dat u zonder die zorg geen tandheelkundige functie kan behouden of verwerven, gelijkwaardig aan die welke u zou hebben gehad zonder de aandoening, of
  2. als u een niet-tandheelkundige lichamelijke of geestelijke aandoening heeft en u zonder die zorg geen tandheelkundige functie kan behouden of verwerven gelijkwaardig aan die welke u zou hebben gehad zonder de aandoening, of
  3. als een medische behandeling zonder die zorg aantoonbaar onvoldoende resultaat zal hebben en u zonder die andere zorg geen tandheelkundige functie kan behouden of verwerven gelijkwaardig aan die welke u zou hebben gehad zonder de aandoening.

lid 2
ONVZ vergoedt ook de kosten van het aanbrengen van een tandheelkundig implantaat en het aanbrengen van het vaste gedeelte van de suprastructuur als sprake is van een zeer ernstig geslonken tandeloze kaak. Het implantaat moet dienen voor bevestiging van een uitneembare prothese. De suprastructuur is het gedeelte op het implantaat dat boven het tandvlees zit.

lid 3
ONVZ vergoedt de kosten van orthodontische zorg als sprake is van een zeer ernstige ontwikkelings- of groeistoornis van het tand-kaak-mondstelsel. Daarbij moet medediagnostiek of medebehandeling van andere disciplines dan de tandheelkundige noodzakelijk zijn.

lid 4
Als u jonger bent dan 18 jaar bestaat aanspraak op vergoeding van de kosten van:

  1. eenmaal per jaar periodiek preventief tandheelkundig onderzoek, tenzij u die zorg tandheelkundig meer keren per jaar nodig heeft;
  2. incidenteel tandheelkundig consult;
  3. het verwijderen van tandsteen;
  4. fluoride-applicatie als minimaal één element van het blijvende gebit doorgebroken is, maximaal tweemaal per jaar, tenzij u die zorg, tandheelkundig, meer keren per jaar nodig heeft;
  5. sealing (aanbrengen van een beschermlaag);
  6. parodontale zorg (voor tandvlees);
  7. anesthesie;
  8. endodontische zorg (voor het binnenste van de tand);
  9. restauratie van gebitselementen met plastische materialen;
  10. gnathologische zorg (voor de kaak en de kauwspieren);
  11. uitneembare prothetische voorzieningen;
  12. tandvervangende zorg met niet-plastische materialen en het aanbrengen van tandheelkundige implantaten na toestemming vooraf van ONVZ. De zorg moet de vervanging van een of meer ontbrekende, blijvende snij- of hoektanden betreffen die niet zijn aangelegd, of ontbreken als direct gevolg van een ongeval;
  13. chirurgische tandheelkundige zorg, behalve de kosten van het aanbrengen van tandheelkundige implantaten;
  14. röntgenonderzoek, behalve de kosten van röntgenonderzoek voor orthodontische zorg.

De kosten van deze zorg buiten de reguliere praktijkuren worden alleen vergoed als het verlenen daarvan in redelijkheid niet kan worden uitgesteld.

lid 5
Als u 18 jaar of ouder bent, bestaat aanspraak op vergoeding van de kosten van:

  1. chirurgische tandheelkundige zorg van specialistische aard en het bijbehorende röntgenonderzoek, behalve van parodontale chirurgie en het aanbrengen van een tandheelkundig implantaat en ongecompliceerde extracties. Deze zorg vindt plaats op verwijzing van een tandarts, huisarts of medisch-specialist;
  2. uitneembare volledige prothetische voorzieningen voor de boven- en/of onderkaak.

lid 6
Bij vervaardiging en plaatsing van een uitneembare volledige prothetische voorziening voor boven- en/of onderkaak vergoedt ONVZ 75% van de kosten voor een volledige immediaatprothese, een volledige vervangingsprothese of een volledige overkappingsprothese.

ONVZ vergoedt 100% van de kosten van reparatie en rebasen van een bestaande uitneembare volledige prothetische voorziening of van een bestaande volledige overkappingsprothese. Bij rebasen wordt de ruimte tussen de kaak en het kunstgebit opgevuld met kunststof om de prothese vaster te laten zitten op een geslonken kaak.

Toestemming vooraf van ONVZ is vereist als de totale kosten van de volledige prothetische voorziening (inclusief techniekkosten) hoger zijn dan:

  • € 650,- per onder- of bovenkaak bij uitvoering door een tandarts, of
  • € 500,- per onder- of bovenkaak bij uitvoering door een tandprotheticus.

lid 7
Voor vergoeding van de kosten van mondzorg volgens lid 1 tot en met 3 is altijd toestemming vooraf van ONVZ vereist. Als de mondzorg volgens lid 4 en 5 in een instelling voor bijzondere tandheelkunde plaatsvindt, is ook toestemming vooraf van ONVZ vereist.
 Bij de aanvraag dient u een schriftelijke motivering van de tandarts en een behandelplan bij te voegen. De toestemming kan worden ingetrokken als de mondzorg niet meer nodig is, als u de aanwijzingen van de zorgverlener niet opvolgt of als u de mondhygiëne ernstig verwaarloost.

lid 8
Aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten van opname in een ziekenhuis in verband met chirurgische tandheelkundige zorg van specialistische aard voor een ononderbroken periode van maximaal 365 dagen. Een onderbreking van maximaal 30 dagen geldt niet als onderbreking, maar deze dagen tellen niet mee voor de berekening van de 365 dagen. Onderbrekingen voor weekend- en vakantieverlof tellen wel mee voor de berekening van de 365 dagen.

ONVZ vergoedt de kosten voor chirurgische tandheelkundige zorg van specialistische aard en het verblijf, al dan niet met verpleging en verzorging. Ook vergoedt ONVZ de kosten van bij de behandeling behorende paramedische zorg, geneesmiddelen, hulpmiddelen en verbandmiddelen tijdens de opname.

lid 9
Voor vergoeding van de kosten van zorg door een tandarts-specialist mondziekten of kaakchirurg is toestemming vooraf van ONVZ vereist als het gaat om parodontale zorg, extractie onder narcose, osteotomie of het plaatsen van een tandheelkundig implantaat.

lid 10
Voor vergoeding van de kosten van mondzorg op de plaats waar de verzekerde verblijft (dus niet in de praktijk van de zorgverlener) is een schriftelijk advies van de huisarts of de medisch-specialist vereist.

lid 11
Voor zorg volgens lid 1 voor een verzekerde van 18 jaar en ouder kan een eigen bijdrage gelden.
Deze eigen bijdrage geldt bij behandelingen die niet rechtstreeks in verband staan met de indicatie voor bijzondere tandheelkundige zorg.
De eigen bijdrage is gelijk aan het bedrag dat in rekening zou zijn gebracht voor de reguliere behandeling, dus als u niet in het kader van bijzondere tandheelkunde zou zijn behandeld.

lid 12
Voor een volledige prothetische voorziening, al dan niet te plaatsen op implantaten, geleverd in het kader van de zorg bedoeld in lid 1, geldt een eigen bijdrage van € 125,- per kaakdeel.


Artikel 18 Farmaceutische zorg

lid 1
Aanspraak bestaat op de vergoeding van de kosten van terhandstelling van:

  1. de door ONVZ aangewezen geregistreerde geneesmiddelen uit Bijlage 1 van de Regeling zorgverzekering. De aanwijzing door ONVZ is zodanig dat van alle werkzame stoffen die voorkomen in de in de Regeling zorgverzekering aangewezen geneesmiddelen tenminste één geneesmiddel voor u beschikbaar is. Nadere omschrijving van de aanspraak is uitgewerkt in het Reglement Farmaceutische zorg. Het Reglement Farmaceutische zorg kunt u aanvragen bij het ONVZ Service Center of raadplegen op www.onvz.nl/polisvoorwaarden;
  2. de geneesmiddelen - onder voorwaarde dat het rationele farmacotherapie betreft - als bedoeld in:
    a. artikel 40, lid 3, onder a Geneesmiddelenwet. In dit artikel wordt ingegaan op apotheekbereidingen of magistrale bereidingen. Kosten van apotheekbereidingen die gelijkwaardig of nagenoeg gelijkwaardig zijn aan een niet in Bijlage 1 van de Regeling zorgverzekering genoemd, geregistreerd geneesmiddel zijn uitgesloten van de aanspraak;
    b. artikel 40, lid 3, onder c Geneesmiddelenwet, die op verzoek van een arts bedoeld in die bepaling, in Nederland zijn bereid door een fabrikant bedoeld in artikel 1, lid 1, onder mm van die wet;
    c. artikel 40, lid 3, onder c Geneesmiddelenwet, die in de handel zijn in een ander land en op verzoek van een arts bedoeld in die bepaling, binnen Nederland worden gebracht en bestemd zijn voor een patiënt van hem die aan een ziekte lijdt die in Nederland niet vaker voorkomt dan bij 1 op de 150.000 inwoners;
  3. polymere, oligomere, monomere en modulaire dieetpreparaten.

Onder rationele farmacotherapie wordt verstaan behandeling of diagnostiek met een geneesmiddel in een voor de patiënt geschikte vorm, waarvan de werkzaamheid blijkt uit wetenschappelijke literatuur en dat het meest economisch is.

Tevens bestaat aanspraak op vergoeding van de kosten van advies en begeleiding zoals apothekers die plegen te bieden ten behoeve van medicatiebeoordeling en verantwoord gebruik van de hierboven genoemde geneesmiddelen. Dit advies en deze begeleiding worden uitgevoerd door BIG-geregistreerde zorgverleners.

Onder dit advies en deze begeleiding vallen:
a. eerste terhandstellingsgesprek;
b. instructie patiënt receptplichtig geneesmiddel-gerelateerd hulpmiddel;
c. medicatiebeoordeling chronisch receptplichtig geneesmiddelgebruik;
d. farmaceutische begeleiding bij ziekenhuisopname of polikliniekbezoek;
e. farmaceutische begeleiding bij ontslag uit het ziekenhuis.

De kosten van een geneesmiddel opgenomen in Bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering worden alleen vergoed als wordt voldaan aan de in deze bijlage genoemde indicatievoorwaarden.

Bijlage 1 en 2 van de Regeling zorgverzekering kunnen gedurende het jaar wijzigen. Een actueel overzicht kunt u raadplegen op www.wetten.nl. Vragen hierover kunt u stellen bij het ONVZ Service Center.

lid 2
De onder lid 1 genoemde middelen moeten voorgeschreven zijn door de behandelend arts, medisch-specialist, tandarts, tandarts-specialist, verloskundige, verpleegkundig specialist of physician assistant. Terhandstelling geschiedt onder verantwoordelijkheid van een apotheker of apotheekhoudend huisarts.

lid 3
ONVZ vergoedt de kosten van dieetpreparaten alleen als niet kan worden volstaan met aangepaste normale voeding en andere bijzondere voeding en u: 

  1. lijdt aan een stofwisselingsstoornis, of
  2. lijdt aan een voedselallergie, of
  3. lijdt aan een resorptiestoornis, of
  4. lijdt aan een, via een gevalideerd screeningsinstrument vastgestelde, ziektegerelateerde ondervoeding of een risico daarop, of
  5. daarop bent aangewezen volgens de richtlijnen van de betreffende beroepsgroepen in Nederland.

lid 4
Bij in de Regeling zorgverzekering genoemde zelfzorggeneesmiddelen voor chronisch gebruik vergoedt ONVZ niet de kosten van het gebruik gedurende de eerste 15 dagen. Dit betreft laxantia, kalktabletten, middelen bij allergie, middelen tegen diarree, middelen ter bescherming van de ogen tegen uitdroging en maagledigingsmiddelen, als ook andere geneesmiddelen met eenzelfde werkzaam bestanddeel en in dezelfde toedieningsvorm.

Ook bij in de Regeling zorgverzekering genoemde maagzuurremmers voor chronisch gebruik (inclusief combinatiepreparaten die een maagzuurremmer bevatten) vergoedt ONVZ niet de kosten van het gebruik gedurende de eerste 15 dagen.

lid 5
De in de Regeling zorgverzekering genoemde geneesmiddelen zijn zoveel mogelijk ingedeeld in groepen van onderling vervangbare geneesmiddelen. Per groep stelt de overheid een vergoedingslimiet vast. Als voor een geneesmiddel de inkoopprijs hoger is dan de vergoedingslimiet geldt het verschil als eigen bijdrage. Een eigen bijdrage geldt ook voor een geneesmiddel dat wordt bereid uit een geneesmiddel met een eigen bijdrage.

lid 6
In het Reglement Farmaceutische zorg staan nadere voorwaarden vermeld over de doelmatigheid van de farmaceutische zorg. Dit betreft onder andere toestemmingsvereisten, afleverhoeveelheden, advies en begeleiding. Het Reglement Farmaceutische zorg kunt u aanvragen bij het ONVZ Service Center of raadplegen op www.onvz.nl/polisvoorwaarden.

lid 7
Geen aanspraak bestaat op vergoeding van kosten van:

  • farmaceutische zorg in de door de Regeling zorgverzekering bepaalde gevallen;
  • niet in Bijlage 1 van de Regeling zorgverzekering genoemde, in Nederland geregistreerde geneesmiddelen;
  • een eigen bijdrage volgens lid 5;
  • andere dan in de Regeling zorgverzekering genoemde zelfzorggeneesmiddelen;
  • geneesmiddelen in geval van ziekterisico bij reizen;
  • geneesmiddelen voor onderzoek als bedoeld in artikel 40, lid 3, onderdeel b Geneesmiddelenwet;
  • geneesmiddelen die gelijkwaardig of nagenoeg gelijkwaardig zijn aan een geregistreerd geneesmiddel, dat niet in Bijlage 1 van de Regeling zorgverzekering is opgenomen;
  • geneesmiddelen bedoeld in artikel 40, lid 3, onderdeel f Geneesmiddelenwet. Het betreft geneesmiddelen waarvoor hetzij een aanvraag om een handelsvergunning bij het Europees Geneesmiddelenbureau is ingediend, hetzij waarmee nog klinische proeven gaande zijn.


Artikel 19 Hulpmiddelenzorg

lid 1
Aanspraak bestaat op vergoeding van kosten van functionerende hulpmiddelen en verbandmiddelen, als genoemd in de Regeling zorgverzekering en het Reglement Hulpmiddelen van ONVZ. In uitzondering op de aanspraak op vergoeding van kosten, verstrekt ONVZ een aantal hulpmiddelen in bruikleen. In het Reglement Hulpmiddelen van ONVZ zijn de voorwaarden voor vergoeding, bruikleenverstrekking en de specifieke vereisten per hulpmiddel opgenomen. Het reglement kunt u aanvragen bij het ONVZ Service Center of raadplegen op www.onvz.nl/polisvoorwaarden.

lid 2
Waar dit blijkt uit het Reglement Hulpmiddelen is voor verstrekking, vervanging, correctie of herstel van een hulpmiddel toestemming vooraf van ONVZ vereist. Daarbij kan ONVZ nadere voorwaarden stellen.

lid 3
De kosten van normaal gebruik worden niet vergoed, behalve als het Reglement Hulpmiddelen anders bepaalt. Dit betreft onder meer kosten van energiegebruik en batterijen.

lid 4
ONVZ vergoedt alleen de kosten van hulpmiddelen, of verstrekt ze in bruikleen, als de hulpmiddelen noodzakelijk zijn, doelmatig en niet onnodig kostbaar of onnodig gecompliceerd. Er bestaat in principe geen aanspraak op vergoeding van kosten of verstrekking in bruikleen als het hulpmiddel alleen dient voor gebruik op de werkplek of als onderwijsvoorziening. Om de werkplek voor een slechthorende aan te passen kunnen persoonlijke hulpmiddelen gerelateerd aan stoornissen in de hoorfunctie hierop een uitzondering vormen. De voorwaarden daarvoor zijn opgenomen in het Reglement Hulpmiddelen.

lid 5
ONVZ vergoedt alleen de kosten van verbandmiddelen bij een ernstige aandoening waarbij langdurige medische behandeling met deze middelen nodig is.

lid 6
Kosten van hulpmiddelen en verbandmiddelen ingezet in de thuissituatie onder verantwoordelijkheid van een medisch-specialist, maken in sommige gevallen deel uit van de medisch-specialistische zorg. Zij vallen dan niet onder deze vergoeding, maar worden via een DBC-zorgproduct vergoed. Hierbij is het CVZ-rapport Afbakening hulpmiddelenzorg en geneeskundige zorg zoals medisch-specialisten die plegen te bieden 2 leidend. Dit rapport kunt u aanvragen bij het ONVZ Service Center of raadplegen op www.onvz.nl/polisvoorwaarden.
Als u verblijft en behandeld wordt in een AWBZ-instelling vallen de kosten van voorgeschreven hulpmiddelen en verbandmiddelen ook niet onder deze vergoeding. Dit valt onder de aanspraken van de AWBZ.


Artikel 20 Ambulancevervoer

lid 1
Aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten van vervoer per ambulance-auto van een ambulancevervoerder als ander vervoer (per openbaar vervoermiddel, taxi, of eigen auto) om medische redenen niet verantwoord is. ONVZ vergoedt vervoer over een afstand van maximaal 200 kilometer, tenzij ONVZ toestemming heeft gegeven voor vervoer over een grotere afstand.

lid 2
ONVZ vergoedt de kosten van vervoer:

  • naar een zorgverlener of een instelling waar u zorg zult ontvangen waarvan de kosten - geheel of gedeeltelijk - gedekt zijn op de Basisverzekering;
  • naar een instelling waarin u wordt opgenomen ten laste van de AWBZ;
  • vanuit een instelling waar u bent opgenomen naar een zorgverlener of instelling waar u een onderzoek of een behandeling zult ondergaan, gedekt volgens de AWBZ;
  • vanuit een instelling waar u bent opgenomen naar een zorgverlener of instelling voor het aanmeten en passen van een prothese, als de prothese - geheel of gedeeltelijk - gedekt is volgens de AWBZ;
  • van de in dit lid genoemde zorgverleners of instellingen naar uw eigen woning of naar een andere woning, als u in uw eigen woning redelijkerwijs niet de nodige verzorging kunt krijgen.

lid 3
Geen aanspraak bestaat op de vergoeding van kosten van vervoer in verband met zorg gedurende een dagdeel in een AWBZ-instelling.

lid 4
Als ziekenvervoer per ambulance-auto niet mogelijk is kunt u ONVZ vooraf toestemming vragen voor vervoer met een ander middel van vervoer.


Artikel 21 Zittend ziekenvervoer

lid 1
Aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten van vervoer per openbaar vervoermiddel in de laagste klasse, per taxi of per eigen auto tot maximaal 200 kilometer enkele reisafstand. Als ONVZ u toestemming geeft voor zorg bij een bepaalde persoon of instelling, geldt de beperking tot 200 kilometer niet.

lid 2
ONVZ vergoedt de kosten van zittend ziekenvervoer alleen als zij toestemming vooraf heeft gegeven. Bij het verlenen van toestemming kan ONVZ voorwaarden stellen aan de wijze waarop het vervoer plaatsvindt.

lid 3
Bij gebruik van de eigen auto vergoedt ONVZ € 0,31 per kilometer. ONVZ gaat bij het vaststellen van de vergoeding uit van de optimale route per auto volgens de routeplanner Routenet.

lid 4
Aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten voor vervoer van en naar een persoon, instelling of woning zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 als:

  • u nierdialyse moet ondergaan;
  • u oncologische behandelingen met chemotherapie of radiotherapie moet ondergaan;
  • u zich uitsluitend met een rolstoel kunt verplaatsen;
  • uw gezichtsvermogen zo is beperkt dat u zich niet zonder begeleiding kunt verplaatsen.

lid 5
In andere gevallen dan genoemd in lid 4 bestaat aanspraak op vergoeding van de kosten van zittend ziekenvervoer als u voor de behandeling van een langdurende ziekte of aandoening langdurig bent aangewezen op zittend ziekenvervoer en het niet vergoeden van de kosten voor u leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

lid 6
Geen aanspraak bestaat op de vergoeding van kosten van vervoer in verband met zorg gedurende een dagdeel in een AWBZ-instelling.

lid 7
Voor zittend ziekenvervoer geldt een eigen bijdrage van € 96,- per kalenderjaar.
Deze eigen bijdrage geldt niet voor vervoer:

  • vanaf een instelling waarin u bent opgenomen naar een andere instelling waarin u wordt opgenomen voor het ondergaan van een specialistisch onderzoek of een specialistische behandeling dat/die in de eerste instelling niet kan worden uitgevoerd. De kosten van beide opnames moeten gedekt zijn onder de Basisverzekering of de AWBZ;
  • heen en terug vanuit een instelling waarin u bent opgenomen, naar een persoon of instelling voor het ondergaan van een specialistisch onderzoek of een specialistische behandeling, dat/die in de eerste instelling niet kan worden uitgevoerd. Het onderzoek of de behandeling moeten gedekt zijn onder de Basisverzekering, de opname moet gedekt zijn onder de Basisverzekering of AWBZ.
  • heen en terug vanuit een instelling waarin u bent opgenomen, naar een persoon of instelling voor een tandheelkundige behandeling, die in de eerste instelling niet kan worden uitgevoerd. Zowel de behandeling als opname zijn gedekt onder de AWBZ.

lid 8
ONVZ vergoedt ook het vervoer van een begeleider, als begeleiding noodzakelijk is of als het de begeleiding betreft van een kind jonger dan 16 jaar. In bijzondere gevallen kunt u ONVZ toestemming vooraf vragen voor het vervoer van twee begeleiders.

lid 9
ONVZ regelt graag taxivervoer voor u. De aanvraagprocedure daarvoor kunt u nalezen in deel C (Zorgdiensten).

lid 10
Als ziekenvervoer per openbaar vervoermiddel, taxi, of eigen auto niet mogelijk is, kunt u ONVZ toestemming vooraf vragen voor vervoer met een ander vervoermiddel.


Artikel 22 Dyslexiezorg

lid 1
Aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten van zorg in verband met ernstige dyslexie. Aanspraak bestaat alleen:

  1. voor kinderen van 7 jaar en ouder die basisonderwijs volgen,
  2. als de zorg op 7-, 8-, 9-, 10-, 11- of 12-jarige leeftijd begint, en
  3. als de zorg wordt verleend door het Regionaal Instituut Dyslexie (RID) of een gezondheidszorgpsycholoog of orthopedagoog-generalist die staat ingeschreven in het kwaliteitsregister voor gekwalificeerde behandelaars van het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) of de Nederlandse Vereniging van Pedagogen en Onderwijskundigen (NVO), en
  4. als de diagnostiek wordt uitgevoerd en de behandeling worden verleend volgens het Protocol dyslexie diagnostiek en behandeling uit 2006.

Het Protocol dyslexie diagnostiek en behandeling dient als leidraad voor het diagnosticeren, indiceren en behandelen van mensen met dyslexie. Het doel is het beschrijven van de optimale zorg voor mensen met dyslexie, op basis van de huidige wetenschappelijke, beroepsinhoudelijke en maatschappelijke inzichten. Dit protocol kunt u aanvragen bij het ONVZ Service Center of raadplegen op www.onvz.nl/polisvoorwaarden.

lid 2
Voor vergoeding van de kosten van dyslexiezorg is een verwijzing nodig van de jeugdgezondheidszorgarts of een daartoe bevoegd functionaris met bijbehorende expertise, die verbonden is aan school. Deze verwijzing moet voorzien zijn van een motivatie waaruit blijkt dat de school- of leeranamnese een stagnatie vertoont en extra begeleiding op school onvoldoende verbetering heeft opgeleverd.

lid 3
De kosten voor dyslexiezorg worden in rekening gebracht met een DBC.


Artikel 23 Generalistische Basis GGZ

lid 1
Aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten van Generalistische Basis GGZ zoals klinisch psychologen die plegen te bieden.
De hoofdbehandelaar is

  • BIG-geregistreerd gezondheidszorgpsycholoog,
  • BIG-geregistreerd klinisch psycholoog,
  • NIP-geregistreerd kinder- en jeugdpsycholoog,
  • NVO-geregistreerd orthopedagoog-generalist,
  • BIG-geregistreerd psychotherapeut,
  • BIG-geregistreerd verslavingsarts, geregistreerd in het profielregister verslavingsartsen KNMG, of
  • BIG-geregistreerd psychiater, ingeschreven in het Specialistenregister KNMG.
  • Als sprake is van chronische problematiek kan ook een verpleegkundig specialist geestelijke gezondheidszorg hoofdbehandelaar zijn.

In het zorgtraject kunnen andere zorgverleners onder verantwoordelijkheid van de hoofdbehandelaar zorg verlenen. Ook een internetprogramma kan hiervan deel uitmaken.

lid 2

  1. Voor Generalistische Basis GGZ is een verwijzing nodig van de huisarts, bedrijfsarts of jeugdgezondheidszorgarts. Dit geldt niet voor acute zorg.
  2. Voor kinderen bedoeld in de Wet op de jeugdzorg is een indicatiebesluit van een bureau jeugdzorg nodig of een verwijzing van een arts of andere behandelaar genoemd in artikel 10 Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg als het zorg betreft als omschreven in artikel 9b lid 5 AWBZ.

lid 3
Geen aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten voor:

  • behandeling van psychische klachten zonder dat sprake is van een psychische stoornis volgens de DSM IV-TR;
  • behandeling van aanpassingsstoornissen;
  • hulp bij werk- en relatieproblemen.

Voor vergoeding van kosten van behandeling van psychische klachten die een gevolg zijn van of samenhangen met een primair somatische (lichamelijke) aandoening geldt niet dit artikel, maar artikel 5 Medisch-specialistische zorg.

lid 4
De kosten voor Generalistische Basis GGZ worden in rekening gebracht met een integrale prestatie Basis GGZ.

lid 5
Als u voor 1 januari 2014 met een behandeling eerstelijns psychologische zorg bent gestart die op die datum nog niet is afgerond, kunnen zich de volgende situaties voordoen.

  • U hebt in 2013 maximaal twee zittingen eerstelijnspsychologische zorg gehad en de behandeling loopt door in 2014. In dat geval vergoedt ONVZ de kosten van de zorg in 2013 volgens de voorwaarden zoals die tot en met 31 december 2013 van toepassing waren. Voor de zorg in 2014 vergoedt ONVZ de kortste integrale prestatie Basis GGZ (de zogenaamde prestatie Basis GGZ Kort) volgens de voorwaarden van dit artikel. Mocht na afronding van de behandeling opnieuw psychologische zorg nodig zijn in 2014, dan dient de huisarts u opnieuw te verwijzen. Uw huisarts kan bepalen of voortzetting van de behandeling het meest is aangewezen binnen de huisartsenzorg, in de Generalistische Basis GGZ of in de Gespecialiseerde GGZ.
  • U bent in 2013 gestart met een behandeling eerstelijnspsychologische zorg waarvoor in 2014 nog maximaal twee zittingen noodzakelijk zijn. In dat geval vergoedt ONVZ de kosten van de zorg in 2013 volgens de voorwaarden zoals die tot en met 31 december 2013 van toepassing waren. Voor de zorg in 2014 vergoedt ONVZ de daarvoor bestemde prestatie Basis GGZ (de zogenaamde Transitieprestatie Generalistische Basis GGZ).


Artikel 24 Gespecialiseerde GGZ

lid 1 Psychiatrische ziekenhuisopname
Aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten van opname in een psychiatrisch ziekenhuis of op een psychiatrische afdeling van een ziekenhuis voor maximaal 365 dagen. Een onderbreking van maximaal 30 dagen geldt niet als onderbreking, maar deze dagen tellen niet mee voor de berekening van de 365 dagen. Onderbrekingen voor weekend- en vakantieverlof tellen wel mee voor de berekening van de 365 dagen.

ONVZ vergoedt de kosten van Gespecialiseerde GGZ, zoals hierna omschreven, en het verblijf, al dan niet met verpleging en verzorging. Ook vergoedt ONVZ de kosten van bij de behandeling behorende paramedische zorg en geneesmiddelen, hulpmiddelen en verbandmiddelen tijdens de opname.

lid 2 Gespecialiseerde GGZ
Aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten van Gespecialiseerde GGZ.
De hoofdbehandelaar is:

  • BIG-geregistreerd klinisch psycholoog,
  • BIG-geregistreerd psychotherapeut,
  • BIG-geregistreerd verslavingsarts, geregistreerd in het profielregister verslavingsartsen KNMG, of
  • BIG-geregistreerd psychiater, ingeschreven in het Specialistenregister KNMG.

De hoofdbehandelaar werkt binnen een multidisciplinaire context waarin minimaal een psychiater, klinisch psycholoog, klinisch neuropsycholoog, psychotherapeut, specialist ouderengeneeskunde, verslavingsarts, klinisch geriater of verpleegkundig specialist geestelijke gezondheidszorg werkzaam is. ONVZ vergoedt naast de kosten van de behandeling ook de bij de behandeling behorende verpleging, geneesmiddelen, hulpmiddelen en verbandmiddelen.

lid 3
De omvang van de zorg wordt begrensd door wat psychiaters en klinisch psychologen als zorg plegen te bieden.

lid 4

  1. Voor Gespecialiseerde GGZ (met of zonder opname) is een gerichte verwijzing nodig door een huisarts. Dit geldt niet voor acute zorg.
  2. Voor kinderen bedoeld in de Wet op de jeugdzorg is voor deze zorg een indicatiebesluit van een bureau jeugdzorg nodig of een verwijzing van een arts of andere behandelaar genoemd in artikel 10 Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg als het zorg betreft als omschreven in artikel 9b lid 5 AWBZ.

lid 5
Geen aanspraak bestaat op vergoeding van de kosten voor:

  • behandeling van niet of laag complexe psychische stoornissen die in de Generalistische Basis GGZ kunnen worden behandeld;
  • behandeling van aanpassingsstoornissen;
  • hulp bij werk- en relatieproblemen;
  • psycho-analyse.

lid 6
Als u voor 1 januari 2014 met een behandeling in de Gespecialiseerde GGZ bent gestart, die op die datum nog niet is afgerond, vergoedt ONVZ de afronding van die behandeling volgens de voorwaarden zoals die tot en met 31 december 2013 van toepassing waren. Als u voor dezelfde zorgvraag voor een vervolgbehandeling in aanmerking komt, dient de huisarts u opnieuw te verwijzen. Uw huisarts kan bepalen of voortzetting van de behandeling het meest is aangewezen binnen de huisartsenzorg, in de Generalistische Basis GGZ of in de Gespecialiseerde GGZ.


Artikel 25 Buitenland

Als u voor kortere of langere tijd vertrekt naar het buitenland of als u in het buitenland een behandeling wilt ondergaan, adviseert ONVZ u om vooraf na te gaan of u het juiste verzekeringsbewijs in uw bezit heeft en of u vooraf een formulier moet aanvragen. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het ONVZ Service Center of raadpleeg www.onvz.nl/buitenland.

lid 1
U heeft aanspraak op vergoeding van de kosten voor de hiervoor genoemde zorg door een zorgverlener of instelling buiten Nederland. ONVZ vergoedt de kosten tot maximaal de bedragen als bedoeld in artikel 1 lid 2.

Niet alle zorg in het buitenland voldoet aan het gestelde in artikel 2, lid 3 van de Algemene bepalingen (deel A-1) van de Basisverzekering. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het ONVZ Service Center of kunt u de toelichting De grens van zorg in het buitenland raadplegen op www.onvz.nl/polisvoorwaarden.

lid 2
Als u woont of verblijft in een ander EU/EER-land of een verdragsland heeft u naar keuze:

  1. aanspraak op vergoeding van de kosten voor zorg volgens de wettelijke regeling van dat land op grond van de EU-sociale zekerheidsverordening of het betreffende verdrag, of
  2. aanspraak op vergoeding van de kosten van zorg volgens deze verzekering. ONVZ vergoedt de kosten tot maximaal de bedragen als bedoeld in artikel 1 lid 2.

Dit geldt ook als u in een ander EU/EER-land of een verdragsland woont en tijdelijk verblijft in Nederland, een ander EU/EER-land of een verdragsland.

lid 3
Als u woont of verblijft in een land dat geen EU/EER-land of verdragsland is, heeft u aanspraak op vergoeding van de kosten van zorg volgens deze verzekering. ONVZ vergoedt de kosten tot maximaal de bedragen als bedoeld in artikel 1 lid 2.

lid 4
Bij een ziekenhuisopname voor acute ziekte of ongeval kunt u contact opnemen met de ONVZ Zorgassistance voor het regelen van de zorg waarvoor de Basisverzekering dekking biedt. De procedure daarvoor kunt u nalezen in deel C (Zorgdiensten).

lid 5
ONVZ vergoedt nota’s van buitenlandse zorgverleners in euro’s. Daarbij hanteert zij de gemiddelde wisselkoers in de maand voor de afwikkeling.


Artikel 26 Algemeen

In voorkomende gevallen kunt u aanspraak maken op vergoeding van de kosten van andere vormen van zorg dan genoemd in deze verzekering als vaststaat dat:

  • deze zorg naar algemeen aanvaard inzicht tot een vergelijkbaar resultaat leidt, en
  • ONVZ toestemming vooraf heeft verleend, en
  • deze zorg niet bij of krachtens de wet is uitgesloten.


Deel C Zorgdiensten ONVZ Vrije Keuze Basisverzekering

ONVZ ZorgConsulent: van preventie tot nazorg
De ONVZ ZorgConsulent helpt u persoonlijk verder met informatie over gezondheid, preventie, ziekte en zorg. Daarnaast kunt u bij de ZorgConsulent terecht voor het regelen van een aantal zorgtaken en (wachtlijst)bemiddeling. De ZorgConsulent is bereikbaar op werkdagen tussen 08.30 - 17.30 uur via het gratis telefoonnummer 0800 022 14 50 of via zorgconsulent@onvz.nl.

U kunt via de ONVZ ZorgConsulent:

  • telefonisch een arts of diëtiste raadplegen voor algemene informatie over ziekten, aandoeningen en voeding;
  • informatie krijgen over onderwerpen met betrekking tot gezondheidszorg, gezond leven, bewegen en voeding.

Zorgbemiddeling
Als u zorg nodig heeft en deze niet snel (genoeg) kunt krijgen, kunt u de ONVZ ZorgConsulent vragen om te bemiddelen. De ONVZ ZorgConsulent probeert dan de wachttijd te verkorten.
Ook als u om andere redenen behoefte heeft aan zorgbemiddeling, probeert de ONVZ ZorgConsulent aan uw wensen tegemoet te komen.

Medisch-specialistische behandeling
De ONVZ ZorgConsulent informeert u over behandelingen in een ziekenhuis en regelt zaken die daarmee verband houden:

  • ONVZ werkt samen met een netwerk van geselecteerde medisch-specialisten. Op uw verzoek verstrekt de ONVZ ZorgConsulent informatie over behandelmethodes, behandellocaties of behandelend medisch-specialisten. U ontvangt de informatie op schrift, zodat u deze kunt bespreken met uw (huis)arts of behandelend medisch-specialist;
  • op uw verzoek bemiddelt de ONVZ ZorgConsulent bij het arrangeren van een (dag)behandeling in een ziekenhuis of zorghotel. Ook kan de ZorgConsulent bemiddelen bij het arrangeren van thuiszorg of kinderopvang. De kosten van de thuiszorg of kinderopvang zijn echter onder de Basisverzekering niet gedekt.

ONVZ voert de informatievoorziening en bemiddeling zo goed en zorgvuldig mogelijk uit. Zij is echter geen zorgverlener. ONVZ stelt dus zelf geen diagnose en verricht geen medische handelingen. Zij verstrekt ook geen medische adviezen en kan niet instaan voor de juistheid en effectiviteit van de behandeling door de zorgverlener. De verantwoordelijkheid voor het handelen van een zorgverlener ligt bij de zorgverlener zelf. ONVZ aanvaardt daarvoor dan ook geen aansprakelijkheid.

Gezondheidsmagazine Lijf & Leden
Het gezondheidsmagazine Lijf & Leden informeert u over onderwerpen rond gezondheid, vitaliteit en ontwikkelingen in de gezondheidszorg. ONVZ zendt het magazine viermaal per jaar gratis toe.

ONVZ Kraamzorg Service
Kraamzorg is onderdeel van de dekking geboortezorg zoals beschreven in artikel 7 van deel B van de Basisverzekering. Voor informatie over kraamzorg of als u kraamzorg door ONVZ wilt laten regelen, kunt u bellen met de ONVZ Kraamzorg Service. Het aanvragen van kraamzorg kunt u ook regelen via www.onvz.nl/kraamzorg.
ONVZ Kraamzorg Service regelt de kraamzorg bij een erkende kraamzorgorganisatie. U dient de kraamzorg minimaal vier maanden voor de vermoedelijke bevallingsdatum aan te vragen. ONVZ Kraamzorg Service is op werkdagen tussen 8.00 en 17.30 uur bereikbaar op telefoonnummer 088 668 97 05.

Taxivervoer
Taxivervoer is onderdeel van de dekking zittend ziekenvervoer zoals beschreven in artikel 21 van deel B van de Basisverzekering. Om u optimaal van dienst te zijn, laat ONVZ een taxibedrijf het taxivervoer voor haar verzekerden regelen. Als u hiervan gebruik wilt maken, kunt u op werkdagen tussen 8.30 en 17.00 uur contact opnemen met dit taxibedrijf op het telefoonnummer 0900 333 33 30.

ONVZ Zorgassistance
Als u in het buitenland onverwacht in een ziekenhuis wordt opgenomen, kunt u contact (laten) opnemen met ONVZ Zorgassistance. Daarbij dient u uw cliëntnummer en de naam van de verzekerde op te geven. Ook voor advies over geneeskundige hulp in noodsituaties kunt u contact opnemen.

ONVZ Zorgassistance is 24 uur per dag, 7 dagen per week, bereikbaar op telefoonnummer + 31 (0)88 668 97 67.

Heeft u vragen?

Tel 030 639 62 22

Ma-vrij08.30 - 21.00 uur
Contact

Zorgverzekeringen

Uw gezondheid is onze zorg. Met uitgebreide vergoedingen, aantrekkelijke premies en persoonlijke service.

Zorgverzekeringen