Heeft u vragen?
Tel 030 639 62 22
Ma-vrij08:30 - 21:00 uur
Meer informatie
Het Reglement Hulpmiddelen is een uitwerking van artikel 19 van deel B van de Basisverzekering en maakt deel uit van de polisvoorwaarden. Dat artikel regelt de aanspraken op vergoeding van de kosten van hulpmiddelen.
De overheid bepaalt de omvang van deze aanspraken, dat wil zeggen dat de overheid bepaalt welke hulpmiddelenzorg voor vergoeding in aanmerking komen en bij welke medische indicaties.
De kosten van normaal gebruik van een hulpmiddel zijn - tenzij hierna anders bepaald - voor uw eigen rekening. Onder deze kosten vallen onder meer kosten van energiegebruik (waaronder batterijen). Gedekt zijn wel de kosten van het gebruiksklaar afleveren van het hulpmiddel zoals hierna in deel I is aangegeven.
Het Reglement is als volgt opgebouwd:
| I. | Algemene bepalingen Hier vindt u een toelichting op de aanspraken en procedures en uitleg van begrippen. |
| II. | Overzicht hulpmiddelen Dit deel bevat een artikelsgewijs overzicht van de categorieën hulpmiddelen, met zo nodig een toelichting. Welke hulpmiddelen onder iedere categorie vallen, vindt u in deel III. |
| III | Nadere voorwaarden per hulpmiddel Onder verwijzing naar de artikelen in deel II vindt u in een overzichtelijke tabel alle hulpmiddelen die onder de aanspraak vallen, nadere voorwaarden, gebruikstermijnen en maximale vergoedingen of eigen bijdragen. |
| IV | Bijlagen:
|
Hulpmiddelenzorg omvat de vergoeding van kosten van aanschaf, vervanging, correctie of herstel van de in dit reglement vermelde medische hulpmiddelen. Hulpmiddelen worden gebruiksklaar afgeleverd. Dat wil zeggen dat de hulpmiddelen worden afgeleverd inclusief eenmalig batterijen of oplaadapparatuur en, als dat van toepassing is, instructie voor het gebruik van het hulpmiddel.
Voor de aanschaf van hulpmiddelen kunt u terecht bij:
Hulpmiddelen die daarvoor uit het oogpunt van doelmatige zorgverlening redelijkerwijs in aanmerking komen, verstrekt ONVZ in bruikleen. Dit houdt in dat het hulpmiddel eigendom is van ONVZ en u het kunt gebruiken zolang u erop bent aangewezen. U bent verplicht ONVZ direct te informeren als u het hulpmiddel niet meer gebruikt. De kosten van een hulpmiddel dat in bruikleen wordt verstrekt, vallen niet onder uw eigen risico. Bijbehorende verbruiksartikelen en gebruikskosten vallen wel onder het eigen risico. Als ONVZ een hulpmiddel in bruikleen verstrekt is dit aangegeven in de tabel van deel III.
Als u geen gebruik wil maken van bruikleenverstrekking door ONVZ, kunt u aanspraak maken op vergoeding van de kosten van een door u zelf aangeschaft hulpmiddel. ONVZ vergoedt dan maximaal het in Nederland geldende marktconforme bedrag. Daarbij gaat ONVZ uit van de meest eenvoudige uitvoering van het hulpmiddel. Op de vergoeding van een zelf aangeschaft hulpmiddel houdt ONVZ wel eigen risico in. Als u vergoeding op deze basis wilt, dient u dit aan te geven op uw aanvraag bij de afdeling Machtigingen. U krijgt dan ook vooraf duidelijkheid over de maximale vergoeding.
Voor vergoeding van de kosten van aanschaf, verstrekking, vervanging, correctie of herstel van een hulpmiddel moet u vooraf toestemming hebben gekregen van de afdeling Machtigingen van ONVZ. Als u het hulpmiddel aanschaft bij een leverancier met wie ONVZ afspraken heeft gemaakt dan kan de leverancier toestemming geven zoals hierboven staat beschreven.
Bij toestemming kan ONVZ het verbruiksvolume aangeven dat maximaal wordt vergoed.
Als u (uit privacy-overwegingen) het voorschrift niet aan de leverancier wilt aanbieden, kunt u het rechtstreeks naar ONVZ sturen, ter attentie van de medisch adviseur. Deze beoordeelt de aanvraag dan.
Een eerste verstrekking is de eerste keer dat u een hulpmiddel geleverd krijgt, binnen de periode waarop u erop bent aangewezen.
Er bestaat aanspraak op vergoeding van de kosten of verstrekking in bruikleen van een te allen tijde adequaat functionerend hulpmiddel. Als dit niet meer het geval is, kunt u een aanvraag indienen voor herstel of vervanging.
Voor een aantal hulpmiddelen hanteert ONVZ richtlijnen voor de gebruikstermijn. Vervanging binnen de termijn is mogelijk als uit de aanvraag blijkt dat het hulpmiddel -in uw situatie- niet meer adequaat functioneert. Voor een aanvraag voor vervanging gelden dan de eisen als bij aanvraag voor de eerste verstrekking, tenzij anders aangegeven in de tabel in deel III.
U moet een hulpmiddel zorgvuldig gebruiken, onderhouden en beheren. Als door roekeloosheid schade ontstaat aan het hulpmiddel of als daardoor sprake is van verlies, en in de tabel van deel III een minimale gebruiksduur is opgenomen, bestaat geen aanspraak op vervanging, wijziging of herstel van het hulpmiddel binnen die termijn.
De afdeling Machtigingen van ONVZ kan toestemming geven voor het -al dan niet gelijktijdig- verstrekken van een reserve-exemplaar. Uit de aanvraag moet blijken dat u zonder hulpmiddel ernstig belemmerd wordt in uw normale bezigheden en dat u het hulpmiddel geruime tijd mist door noodzakelijk onderhoud of reparatie.
Aanspraak op vergoeding van een individueel aangemeten hulpmiddel bestaat als uit een schriftelijke toelichting blijkt dat een confectie-uitvoering niet doelmatig is.
Voor een aantal hulpmiddelen geldt een wettelijke eigen bijdrage of maximale vergoeding. Dit is vermeld in de tabel in deel III. Een wettelijke eigen bijdrage is verschuldigd aan de leverancier.
Als u naar redelijkheid aangewezen bent op een hulpmiddel dat wel binnen de omschrijving van het betreffende artikel in deel II past, maar niet met name is genoemd in de tabel van deel III, kan in afwijking van de opsomming een ander hulpmiddel worden verstrekt.
Hieronder volgt een opsomming van de verschillende categorieën hulpmiddelen, met zo nodig een toelichting. Achter elk artikelnummer kunt u in de tabel in deel III vinden welke hulpmiddelen precies onder de categorie vallen.
Artikel 1
Uitwendige hulpmiddelen voor volledige of gedeeltelijke vervanging van anatomische eigenschappen van onderdelen van het menselijk lichaam of bedekking daarvan. Dit zijn:
ONVZ vergoedt geen kosten van:
Artikel 2
Uitwendige hulpmiddelen voor het - geheel of gedeeltelijk - opheffen van gevolgen van stoornissen in de functie van het ademhalingsstelsel.
ONVZ vergoedt ook de stoffen die met deze hulpmiddelen worden toegediend, als dit zijn:
Geen aanspraak bestaat op:
Artikel 3
Uitwendige lichaamsgebonden hulpmiddelen voor het bewegingssysteem, die dienen voor het wijzigen van:
Artikel 4
Uitwendige hulpmiddelen voor correctie van stoornissen van de visuele functie van het oog en van functies van aan het oog verwante structuren, met uitzondering van brillenglazen of filterglazen met montuur.
ONVZ vergoedt de kosten van lenzen alleen als de stoornis het gevolg is van een medische aandoening of een trauma, waarbij lenzen tot een grotere verbetering in de functies gezichtsscherpte of kwaliteit van de visus leiden dan brillenglazen.
Artikel 5
Gehoorhulpmiddelen. Dit zijn:
Als bijzondere uitvoering van hoortoestellen als bedoeld onder 1, worden beschouwd:
Een indicatie voor hoortoestellen als bedoeld onder 1, is aanwezig:
Een indicatie voor een ringleiding, infraroodapparatuur of FM-apparatuur voor geluidsoverdracht, als bedoeld onder 2, is aanwezig als sprake is van:
Artikel 6
Hulpmiddelen voor persoonlijke verzorging en bescherming.
Hieronder vallen
ONVZ vergoedt de kosten van verbandmiddelen alleen bij een ernstige aandoening waarvoor langdurige medische behandeling met de verbandmiddelen nodig is.
Artikel 7
Uitwendige hulpmiddelen met al dan niet inwendige onderdelen te gebruiken bij stoornissen in de functies gerelateerd aan urinelozing en defecatie.
ONVZ vergoedt de kosten van incontinentie absorptiematerialen alleen:
Geen aanspraak bestaat op vergoeding van:
Artikel 8
Hulpmiddelen voor anticonceptionele doeleinden uitsluitend voor verzekerden jonger dan 21 jaar: pessaria en koperhoudende spiraaltjes.
Artikel 9
Hulpmiddelen voor de mobiliteit van personen. Dit zijn:
ONVZ vergoedt de kosten van krukken, loophulpen met drie of vier poten, looprekken, rollators en loopwagens alleen als u hierop langdurig bent aangewezen om te kunnen lopen, terwijl u niet kunt volstaan met een eenvoudiger hulpmiddel en als sprake is van één van de volgende indicaties:
Aanspraak op serveerwagens bestaat als u hierop langdurig bent aangewezen, terwijl u niet kunt volstaan met een eenvoudiger hulpmiddel en sprake is van een arm- of handfunctiestoornis.
ONVZ vergoedt de kosten van stoelen met een trippelfunctie alleen als u hierop langdurig bent aangewezen en
Aanspraak op loopfietsen bestaat als u hierop langdurig bent aangewezen en sprake is van functiestoornissen van de onderste extremiteiten - al dan niet samen met defecten - terwijl u niet kunt volstaan met een eenvoudiger loophulpmiddel.
Artikel 10
Injectiespuiten of injectiepennen en toebehoren, als sprake is van een aandoening die een langdurig gebruik van deze middelen noodzakelijk maakt, met uitzondering van gebruik bij behandeling van diabetes.
ONVZ vergoedt de kosten van injectiespuiten of injectiepennen in een aan een handicap aangepaste uitvoering alleen als u als gevolg van een ernstige motorische handicap of verminderd gezichtsvermogen redelijkerwijs niet kunt volstaan met een injectiespuit of injectiepen in niet-aangepaste uitvoering.
Artikel 11
Uitwendige hulpmiddelen te gebruiken bij het langdurig compenseren van het functieverlies van aderen bij het transport van bloed en het functieverlies van lymfevaten bij het transport van lymfe.
ONVZ vergoedt de kosten van therapeutische elastische kousen vanaf drukklasse 2.
Geen aanspraak bestaat op vergoeding van elastische kousen bij nabehandeling van het verwijderen van spataderen.
Artikel 12
Uitwendige hulpmiddelen te gebruiken bij het controleren en reguleren van stoornissen in de bloedsuikerspiegel.
ONVZ vergoedt de kosten van apparatuur voor het zelf afnemen van bloed en een bloedglucose-testmeter in een aan een handicap aangepaste uitvoering, als u redelijkerwijs niet kunt volstaan met een hulpmiddel in niet-aangepaste uitvoering.
Artikel 13
Draagbare, uitwendige infuuspompen met toebehoren als sprake is van continue parenterale toediening in de thuissituatie van een geneesmiddel dat valt onder de dekking van de farmaceutische zorg, omschreven in deel B artikel 18 van de Basisverzekering, met uitzondering van insuline.
Artikel 14
Schoenvoorzieningen niet zijnde orthesen. Hieronder vallen:
ONVZ vergoedt de kosten van verbandschoenen alleen als sprake is van huiddefecten, huidulcera of sensibiliteits- en circulatiestoornissen aan de voet, of in de herstelperiode na partiële amputaties, traumatische beschadigingen of operatieve ingrepen aan de voet.
Artikel 15
Hulpmiddelen voor het toedienen van voeding. Dit zijn:
De kosten van voeding, geneesmiddelen en verbandmiddelen worden niet vergoed volgens dit artikel.
Artikel 16
Hulpmiddelen voor communicatie, informatie en signalering:
ONVZ vergoedt de kosten van een teksttelefoon als:
ONVZ vergoedt de kosten van computers als u lichamelijk gehandicapt bent en voor informatie en communicatie of bediening van huishoudelijke apparaten - vrijwel - geheel op deze apparatuur bent aangewezen.
ONVZ vergoedt de kosten van schrijfmachines als u lichamelijk gehandicapt bent en voor het onderhouden van maatschappelijke contacten - vrijwel - geheel op deze middelen bent aangewezen.
ONVZ vergoedt de kosten van een beeldtelefoon als u een indicatie heeft voor een teksttelefoon, maar deze telefoon voor u niet bruikbaar is, en u de gebarentaal voldoende beheerst of in geval van bijzondere zorgvragen.
ONVZ vergoedt de kosten van wek- en waarschuwingsinstallaties als sprake is van een toondrempelverlies op het beste oor van 60 dB gemiddeld over 500, 1000, 2000 en 4000 Hz of in geval van bijzondere zorgvragen.
ONVZ vergoedt de kosten van persoonlijke alarmeringsapparatuur voor lichamelijk gehandicapten als u lichamelijk gehandicapt bent en in een verhoogde risicosituatie verkeert. De kosten van abonnementen worden niet vergoed.
Artikel 17
Beeldschermloepen.
Artikel 18
Uitwendige elektrostimulators met toebehoren tegen chronische pijn.
Uit de schriftelijke toelichting van de behandelend arts of specialist moet blijken dat u met goed resultaat een proefbehandeling heeft doorlopen.
Artikel 19
Solo-apparatuur met toebehoren.
ONVZ vergoedt de kosten van solo-apparatuur alleen als sprake is van:
Daarnaast moet u de apparatuur als volgt gebruiken:
Artikel 20
Tactielleesapparatuur met toebehoren en bijbehorende kosten, als u visueel gehandicapt bent en andere hulpmiddelen voor het lezen van zwartschrift niet doelmatig zijn.
Uit een verklaring van de behandelend arts of specialist moet blijken dat u met het apparaat kunt omgaan.
Artikel 21
BAHA-hoortoestel.
ONVZ vergoedt alleen de kosten van vervanging van BAHA-hoortoestellen die kunnen worden aangesloten op een te implanteren beengeleider. De eerste aanschaf valt onder de geïntegreerde medisch specialistische behandeling.
ONVZ vergoedt de kosten als een luchtgeleidingstoestel redelijkerwijs niet kan worden aangepast en sprake is van een indicatie voor een hoortoestel zoals omschreven in artikel 5 van dit Reglement Hulpmiddelen.
Artikel 22
Uitwendige hulpmiddelen te gebruiken bij stoornissen in de functies van het hematologisch systeem.
Artikel 23
Inrichtingselementen voor woningen, als u hierop langdurig bent aangewezen:
Aanspraak op aan functiebeperkingen aangepaste stoelen bestaat als u problemen heeft bij het zitten en niet kan worden volstaan met een stoel die voldoet aan de normale ergonomische eisen en als niet alleen sprake is van vetzucht, reuzengroei of dwerggroei. De stoelen zijn voorzien van één of meer van de volgende functies of aanpassingen: specifieke polstering, abductiebalk, arthrodesezitting of pelottes voor zijwaartse steun.
Onder de normale ergonomische eisen worden de volgende aanpassingen verstaan: neksteun, hoofdsteun, beensteun, lendensteun, verstelbare rugleuning, voetsteun, verstelbare zitting, verstelbare armleuning, of aanpassingen van zithoogte, zitdiepte of zitbreedte.
Aanspraak op een uitvoering met zwenkwielen, beremming of hoog/laag-mechanisme bestaat als de stoel op diverse plaatsen of bij verschillende werkhoogten moet worden gebruikt.
Aanspraak op een uitvoering met een sta-opsysteem bestaat als u niet zelfstandig uit de stoel kunt opstaan. Stoelen met alleen een sta-opfunctie worden niet vergoed.
Aanspraak op bedden met toebehoren bestaat alleen als het gebruik daarvan strekt tot behoud van uw zelfredzaamheid en met de verstrekking opname in een instelling wordt voorkomen of als u een indicatie heeft voor verpleging.
Artikel 24
Blindengeleidehonden en hulphonden.
Blindengeleidehonden zijn speciaal hiervoor opgeleide honden die een substantiële bijdrage leveren aan uw mobiliteit of oriëntatie in het maatschappelijk verkeer als u blind bent of zo slechtziend dat u hierop bent aangewezen.
Hulphonden zijn speciaal hiervoor opgeleide honden die een substantiële bijdrage leveren aan uw mobiliteit en algemene of huishoudelijke dagelijkse levensverrichtingen als u volledig doof bent of als u ten gevolge van een blijvende ernstige lichamelijke functiebeperking aangewezen bent op die bijdrage. Aanspraak op een hulphond bestaat als daarmee uw zelfstandigheid wordt vergroot en het beroep op zorgondersteuning vermindert.
Blindengeleidehonden en hulphonden worden in bruikleen verstrekt en blijven eigendom van het betrokken opleidingsinstituut voor blindengeleide- en hulphonden.
ONVZ verstrekt per kwartaal een tegemoetkoming in de kosten van het onderhoud van de hond van maximaal € 250,-. Dit bedrag ontvangt u in de maand volgend op het kwartaal waarop de vergoeding betrekking heeft. Zoals vermeld in deel I valt deze tegemoetkoming wel onder uw eigen risico.
Artikel 25
Hulpmiddelen voor compensatie van onvoldoende arm-, hand- en vingerfunctie.
Uit een toelichting van de behandelend arts of specialist moet blijken dat de huidige benodigde professionele hulp bij algemene of huishoudelijke dagelijkse levensverrichtingen door verstrekking van de hulpmiddelen zal verminderen. Verder moet blijken dat u met de hulpmiddelen kunt omgaan.
Artikel 26
Apparatuur voor thuisdialyse.
Apparatuur voor thuisdialyse omvat thuisdialyse-apparatuur met toebehoren. Hieronder valt ook:
Deze onderdelen zijn van toepassing op hemodialyse en de verschillende vormen van peritoneaaldialyse.
Onder verwijzing naar de artikelen in deel II vindt u in een overzichtelijke tabel alle hulpmiddelen die onder de aanspraak vallen, nadere voorwaarden, gebruikstermijnen en maximale vergoedingen of eigen bijdragen.
Zie nadere voorwaarden per hulpmiddel (pdf)
Bijlage 1: Maximale vergoeding hoortoestellen
|
Leeftijd < 16 jaar |
Maximumvergoeding € 683,- |
|
Leeftijd ≥ 16 jaar |
Bij de eerste verstrekking en bij vervanging binnen 6 jaar is de maximale vergoeding € 501,50. |
Voor een cros-, bicros- of beengeleidersuitvoering geldt een verhoging op de maximale vergoeding van € 65,-.
Bijlage 2: Maximale volumes stomamateriaal
| Colostoma | Tweedelig | maximaal 4 plakken per week / maximaal 4 zakjes per dag |
| Stomapluggen | Tweedelig | maximaal 1 plak en 4 pluggen per dag |
| Ileostoma | Tweedelig | maximaal 4 plakken per week / maximaal 2 zakjes per dag |
| Eendelig | maximaal 2 zakjes per dag | |
| Urostoma | Tweedelig | maximaal 4 plakken per week / maximaal 2 zakjes per dag |
| Eendelig | maximaal 2 zakjes per dag |
Van deze aantallen kan op medische indicatie worden afgeweken.
Bijlage 3: Diabetesmateriaal
Van deze aantallen kan op medische indicatie worden afgeweken.
ONVZ werkt samen met onafhankelijke verzekeringsadviseurs. Zij helpen u met persoonlijk advies aan de zorgverzekering die het beste bij u past.
Vind uw verzekeringsadviseur