Zo houden we samen de thuiszorg toegankelijk

13 juli 2022 | E-health | Interview | 3 min. leestijd
De zorg in Nederland staat onder druk, ook in de wijkverpleging. De vraag naar zorg neemt toe en wordt steeds complexer, en zorgaanbieders kunnen deze groei nu al nauwelijks bijbenen. Hoe zorgen we er samen voor dat we iedereen de zorg kunnen blijven geven die ze nodig hebben, nu en in de toekomst? Een wijkverpleegkundige, verzorgende IG en casemanager dementie van Icare geven hun visie.

Het tekort aan zorgprofessionals vormt een grote uitdaging voor de wijkverpleging. Het aandeel 50-plussers dat hier werkt, is groot. En die gaan over een paar jaar massaal uitstromen. Daarnaast is de vergrijzing in volle gang: we worden allemaal ouder. Daar komt nog eens bij dat we langer thuis wonen – omdat we dat graag willen, maar ook noodgedwongen – waardoor de zorg die we thuis nodig hebben steeds complexer wordt. Hierdoor doen we gezamenlijk een groter beroep op de zorg. Over veertig jaar zou 1 op 3 Nederlanders in de zorg moeten werken (nu nog 1 op de 7), wil deze voor iedereen toegankelijk blijven. Er moet dus iets veranderen, maar wat?

Passende zorg: wat kan iemand wél?

We kunnen de druk op de wijkverpleging verminderen door passende zorg te gaan bieden. Daar zijn de beleidsmakers, zorgaanbieders en verzekeraars het inmiddels over eens. Het principe is eenvoudig: minder focus op ziekte en behandeling en meer inzet op gezondheid en wat iemand wel kan. ‘En wat we de cliënt nog kunnen aanleren’, vult verzorgende IG Jolanda Kracht aan, ‘met handige hulpmiddelen en slimme technologie. Oudere mensen denken vaak dat ze te oud zijn om nog te leren, maar ik zie dat het in de praktijk vaak heel goed gaat. Deze week was ik bij een echtpaar, 87 en 89 jaar oud, en ineens zegt mevrouw: Google, mag het licht aan?’


Wijkverpleegkunde is en blijft een ontzettend mooi vak

Wat maakt iemand gelukkig?

Om passende zorg te kunnen bieden zetten we steeds vaker virtuele thuiszorg in: slimme technologie die mensen helpt in hun dagelijkse routine zonder dat hiervoor een medewerker van de thuiszorg hoeft langs te komen. Lourien Meulenbeld, casemanager dementie en verpleegkundig adviseur bij Icare, ziet alleen maar voordelen. ‘Met hulp van eHealth behouden ze hun zelfredzaamheid en kunnen ze op een veilige en verantwoorde manier hun leven leiden zoals ze dat graag willen. Als een cliënt met beginnende dementie niet meer naar buiten mag voor een blokje om, omdat hij een paar keer is verdwaald, wordt hij ongelukkig. Zeker als hij altijd met plezier heeft gewandeld. Met een gps-tracker kunnen we die wandeling toch mogelijk maken, zonder dat familie zich ongerust hoeft te maken. Ik ben er een voorstander van dat eHealth zo vroeg mogelijk wordt ingezet, liefst als iemand nog vrij zelfstandig functioneert. Dan kan hij er rustig vertrouwd mee raken.’

Andere vaardigheden nodig

Passende zorg vraagt niet alleen iets van de cliënt, maar ook van degene die deze zorg geeft. Daarom is het belangrijk dat zorgprofessionals met deze ontwikkeling meebewegen en zichzelf verder in hun vak kunnen ontwikkelen, vindt wijkverpleegkundige Irene Kasteel. ‘Ik zou willen dat tijdens de opleiding nu al meer aandacht wordt besteed aan regie, coördinatie en management. De zorgmedewerker van de toekomst staat niet alleen meer aan het bed; voor het in de praktijk brengen van passende zorg is veel meer afstemming nodig met andere disciplines en zorgaanbieders. Dat vraagt om andere vaardigheden. Misschien kunnen we hiermee ook meer mensen enthousiasmeren, want wijkverpleegkunde is en blijft een ontzettend mooi vak.’

Inspiratiesessie wijkverpleging

Jolanda, Lourien en Irene namen ook deel aan de inspiratiesessie wijkverpleging. Deze organiseerden we op 21 juni 2022, samen met zorgorganisatie Icare en beroepsorganisatie V&VN. Je kunt de sessie hier terugkijken. Of bekijk hieronder hun antwoord op de stelling: 'het vergroten van de zelfredzaamheid van cliënten is beter voor iedereen.'