Passende zorg in de wijkverpleging: zo neem je weerstand weg bij cliënten

13 juli 2022 | Levensstijl | Tips | 3 min. leestijd

Passende zorg is beter voor iedereen. Toch staan veel cliënten en hun netwerk er nog wat sceptisch tegenover. Hoe ga je hierover met hen in gesprek? Lieske Groenewegen van Icare weet wat goed werkt.

Lieske is beleidsmedewerker Financieringsstromen en Passende zorg én werkt twee dagen in de week als wijkverpleegkundige in Emmen. Als beleidsmedewerker adviseert ze wijkteams hoe ze passende zorg in de praktijk kunnen brengen. En uit diezelfde praktijk weet ze ook hoe lastig dat soms is. ‘Passende zorg betekent: cliënten de zorg bieden die ze nodig hebben’, zegt ze. ‘Dat is in hun beleving vaak minder dan waar ze op hadden gerekend. Je moet dan uitleggen dat het niet haalbaar is om vaker langs te komen. En dat je met de cliënt samen naar een oplossing zoekt. Sommige mensen begrijpen dat, anderen niet. Dat maakt je vak af en toe wel wat minder leuk.’

Niet minder, maar ándere zorg

Dat neemt niet weg dat Lieske honderd procent achter de filosofie van passende zorg staat. Lieske: ‘Passende zorg betekent niet minder zorg, maar andere zorg. We focussen op wat iemand nodig heeft: wat kan hij zelf, welke zorg kan het netwerk bieden en voor welke zorg schakelen we een professional in? Hiervoor is het belangrijk dat je een goed gesprek voert met de cliënt en zijn mantelzorgers, zodat ze inzien dat het nodig is. Als we mensen van 80 leren hoe zij zelf hun steunkousen kunnen aandoen, kunnen we een vrouw van 30 helpen die terminale zorg nodig heeft. Zo houden we met z’n allen de zorg toegankelijk voor iedereen.’

Vraag achter de vraag

Allereerst is het belangrijk om helder te krijgen wat iemands behoefte precies is. Gaat er misschien een andere vraag schuil achter de vraag om hulp bij het douchen? Lieske: ‘Als dat angst is om te vallen, dan kunnen we daar ook een andere oplossing voor bedenken. Personenalarmering bijvoorbeeld. Via de Wmo zijn allerlei handige hulpmiddelen verkrijgbaar, zoals een douchestoel. Of spreek af dat de cliënt zich voortaan doucht als de huishoudelijke hulp aan het werk is. Van zelfredzaamheid blijven mensen het allergezondst.’

Verwachtingen managen

Cliënten en hun netwerk moeten weten wat ze wel en niet kunnen verwachten van de wijkverpleging. Lieske: ‘Al bij de intake leg ik uit wat passende zorg is en welke gezondheidswinst het oplevert.’ Dat wordt lastig als de huisarts of het ziekenhuis al bepaalde toezeggingen heeft gedaan. Lieske legt uit: ‘Mensen krijgen na een staaroperatie van de oogkliniek het advies om thuiszorg te regelen, ‘want die komen drie keer per dag druppelen’. Het zou heel erg helpen als verwijzers zich meer bewust zijn dat wij die zorg niet kunnen bieden. Dat maakt de gesprekken die wij voeren een stuk makkelijker. Het zou natuurlijk helemáál mooi zijn als cliënten in de oogkliniek al hebben geoefend met een druppelbril.’ Dat is een bril waarmee mensen heel eenvoudig hun eigen ogen kunnen druppelen.

Neuzen dezelfde kant op

Passende zorg is iets waar het hele team achter moet staan. Het is verwarrend voor cliënten als ze net zijn gewend om zelf hun steunkousen aan- en uit te trekken, als ze door een ander hierbij geholpen worden. “Laat mij het maar even doen, ik ben er toch.” Lieske: ‘Het helpt om het onderwerp passende zorg regelmatig te laten terugkeren in het teamoverleg. Blijf erover in gesprek, bespreek lastige casuïstiek met elkaar, wissel tips uit. De meesten van ons hebben voor ons vak gekozen omdat we voor mensen willen zorgen. Voor mij persoonlijk is mensen coachen naar zelfstandigheid het mooiste dat er is.’

Tot slot 5 tips voor het voeren van een goed gesprek:

  1. Als een cliënt meer zorg wil dan je hem kunt bieden, ga er niet met een gestrekt been in. Ga naast de cliënt staan: samen gaan jullie voor de beste oplossing.

  2. Benadruk dat de cliënt niet aan zijn lot wordt overgelaten. Je blijft erbij tot de cliënt de medicijndispenser onder de knie heeft en genoeg zelfvertrouwen heeft dat hij zich verder zelf redt.

  3. Betrek ook het netwerk van de cliënt in het gesprek. Zij kunnen een deel van de oplossing zijn, al denken ze misschien dat ze er niet bekwaam genoeg voor zijn. Ook zij kunnen rekenen op ondersteuning.

  4. Als cliënten huiverig zijn voor eHealth of andere hulpmiddelen, dan kan het een drempel wegnemen als ze weten of deze worden vergoed. Twijfel je of een hulpmiddel vergoed wordt? Neem dan contact op met de desbetreffende zorgverzekeraar of kijk eens op de website van Vilans. Voor ONVZ-verzekerden kun je je vraag ook stellen aan Marielle de Jongh, adviserend wijkverpleegkundige, via advieswvp@onvz.nl

  5. Al doende leer je wat wel en niet werkt. Voel je je onzeker? Waarschijnlijk kun je bij jouw werkgever trainingen volgen, bijvoorbeeld in motiverende gespreksvoering. Veel zorgorganisaties hebben adviseurs passende zorg, die de wijkteams hierin ondersteunen.