Begint je kind met stotteren? 'Wacht niet te lang'

17 maart 2022 | Levensstijl | Interview | 4 min. leestijd
1% van de volwassenen stottert. Bij jonge kinderen tot 6 jaar oud is dat zo’n 5%. Hoe ontstaat stotteren eigenlijk? Welke stappen kun je nemen als jij of jouw kind stottert? En is dat nodig? We gaan erover in gesprek met stottertherapeut Joeri van Ormondt.
Wat doe ik als mijn kind begint te stotteren? Die vraag hoort logopedist-stottertherapeut Joeri van Ormondt in zijn praktijk het vaakst. Peuterspeelzalen en huisartsen adviseren nog regelmatig om even te wachten, omdat het vanzelf over gaat. Maar het advies van de therapeut is: luister naar je eigen gevoel. “Als je het niet vertrouwt, onderneem dan meteen actie. Wacht niet te lang met een bezoek aan de logopedist of stottertherapeut. Hoe sneller je ingrijpt, hoe groter de kans dat het inderdaad te managen valt en overgaat.”

Vechten of vluchten

Jonge kinderen tot 6 jaar oud hebben niet zo snel door dat ze stotteren, legt Van Ormondt uit. Op latere leeftijd word je je daar meer bewust van. Dan stagneert niet alleen het automatische spraakproces, maar gebeurt er mentaal ook iets. “Op een gegeven moment wordt een kind zich ervan bewust dat het niet helemaal loopt zoals bij anderen. Een kind gaat dan moeite doen om het stotteren te vermijden en stopt bijvoorbeeld met praten of praat minder. Soms kapt iemand een zin zelfs af, omdat hij of zij vindt dat het maar niet wil lukken. De één vecht ertegen, de ander vlucht ervoor. Iedereen gaat er op een andere manier mee om.”
 
Wanneer een kind ouder wordt en een bredere woordenschat krijgt, zie je vaak dat ze meer moeite doen om stotters te voorkomen, zegt de stottertherapeut. En dat kost veel energie. “Kinderen, en ook volwassenen, gaan op het laatste moment zinnen omvormen, snel een ander woord kiezen, ergens overheen praten. Het kan dodelijk vermoeiend zijn om dat elke dag te doen.”

Stottertherapeut Joeri van Ormondt

 

3 typen stotters

Bij stotteren wordt het doorgaande karakter van de spraak onderbroken. Van Ormondt legt uit dat er drie types bestaan. Ten eerste de herhaling, zoals bij ‘ta-ta-ta-ta-tafel’. Deze vorm van stotteren is voor iedereen het meest herkenbaar. Ten tweede noemt hij de verlenging waarbij een klank langer wordt, zoals bij ‘taaaafel’. Verder bestaat er de blokkade. Hierbij blokkeert het praatsysteem en is er geen spraak te horen. Bijvoorbeeld: ‘Ik ga zitten aan … [pauze] tafel.’ De ‘T’ van tafel wordt dan vaak wat harder en meer gespannen uitgesproken.

Oorzaak

Hoewel er veel onderzoek naar stotteren wordt gedaan, is er volgens de therapeut geen duidelijke oorzaak aan te wijzen. Wel zijn er een aantal dingen bekend. “Bij een groot deel van de mensen is stotteren mogelijk erfelijk. En uit hersenscans blijkt dat de hersenen van mensen die stotteren net iets anders zijn vormgegeven dan mensen die niet stotteren.”
 
Wat we ook weten, is dat de meeste mensen van kinds af aan stotteren. Meestal begint het wanneer kinderen 3, 4 of 5 zijn. Het komt niet vaak voor dat iemand het op een latere leeftijd krijgt. In sommige periodes is het even weg of sluimert het op de achtergrond. “Het kan soms lijken alsof het stotteren op latere leeftijd is begonnen, maar wanneer je video’s terugkijkt van iemands kinderjaren, dan hoor je het vaak wel.”
 

Behandeling

Stotteren wordt behandeld met behulp met stottertherapie. Een stottertherapeut is in feite een logopedist, maar met een specialisatie in het behandelen van stotteren. Elke stottertherapeut is dus logopedist, maar niet iedere logopedist is stottertherapeut. Een allround logopedist houdt zich bijvoorbeeld ook bezig met dyslexie of een autismespectrumstoornis.
 
Voor jonge kinderen die stotteren bestaan er 2 behandelmethodes, zegt Van Ormondt. Het zogenoemde Restart-DCM en Lidcombe Program, beide wetenschappelijk bewezen en met het doel om het stotteren over te laten gaan. In zijn praktijk past Van Ormondt deze methoden zelf toe, maar dat zijn niet de enige opties. “Je leert kinderen geen trucje aan. Soms kijken we samen met de ouders naar de beste oplossing voor het kind en het hele gezin. Door ouders erbij te betrekken, kunnen zij hun kind thuis beter helpen.”
 
Voor oudere stotterende kinderen en volwassenen bestaat er niet één behandelprogramma. De aanpak verschilt per cliënt. Volgens de therapeut is het vooral belangrijk dat je durft de stotter te laten gebeuren. Door de stotter te accepteren, wordt de persoon zelfverzekerder en de spraak rustiger. Ook noemt hij een lichamelijk techniek: “Leer om te voelen waar het in je lichaam vastzit. Voel de spierspanning en laat die spanning wegvloeien.”
  

Stotterkamp

Om de impact van stotteren op een leuke en leerzame te verlagen, organiseert Van Ormondt jaarlijks ook een stotterkamp voor 6 tot 12-jarigen. De focus ligt hierbij op het verminderen van de invloed van stotteren en het vergroten van zelfvertrouwen van de kinderen.
 
Tijdens het driedaagse kamp houden kinderen zich bezig met creatieve oefeningen zoals het schilderen van je stottergevoel, spreken voor een groep en spellen die de samenwerking bevorderen. Van Ormondt: “Door intensief samen te zijn, kunnen kinderen veel van elkaar leren. Er komt zoveel positieve energie vrij, dat is geweldig.”
 

Wereld van verschil

Is het nodig om als stotterend persoon hulp te zoeken? Wel als jij je er onprettig bij voelt, vindt Van Ormondt. “Sommige mensen vermijden zelfs sollicitatiegesprekken uit stotterangst. Praten en je eigen stem horen is zoiets wezenlijks. Het maakt onderdeel uit van je persoonlijkheid. Het kan een enorme impact op je leven hebben. Zoek dus vooral een stottertherapeut op als je er moeite mee hebt. Therapie kan een wereld van verschil maken.”
 

Op zoek naar een stottertherapeut?

Neem dan contact op met onze ZorgConsulent via zorgconsulent@onvz.nl of bel naar 0800 022 14 50. U kunt bij ons terecht voor een luisterend oor en praktische tips en informatie over stottertherapie in Nederland. Zij bieden hulp bij het zoeken naar de juiste therapeut. Ook zijn we goed op de hoogte van de wet- en regelgeving.
 

Vergoeding

Reguliere logopedie wordt binnen ONVZ vergoed via de basisverzekering en valt bij personen vanaf de 18 onder het eigen risico. Lees hier meer over de vergoeding.