Alle artikelen

We moeten de zorg zien voor wat het is’

  • Categorie: Mentaal gezond
  • Categorie: Interview
  • Leestijd: 7 min
  • Datum: 10 oktober 2022

Verbaasd over de onderwaardering van de zorg, begon journalist Lynn Berger aan een onderzoek naar zorg in de hele breedte: informeel en professioneel, van ouders tot artsen. ‘We moeten anders naar zorg gaan kijken’, concludeert ze. ‘Zorg is overal, maar tegelijk is het een schaars goed. Doordat we de zorg niet goed zien voor wat het is, komt ze ernstig in het gedrang.’

Lynn Berger belandde drie jaar geleden in het ziekenhuis door een bacteriële infectie, en verbleef daar vijf dagen. De gangen van het ziekenhuis waren behangen met A4-tjes waar de looneis van het personeel op stond: de ziekenhuismedewerkers wilden een hoger loon en een lagere werkdruk. Hoe kan het dat de mensen die dit belangrijke werk doen daar niet genoeg geld en tijd voor krijgen, was de vraag die in Lynn haar hoofd bleef hangen. Ze ging opzoek naar antwoorden door ‘zorg’ in de breedste zin van het woord te onderzoeken. Van ouderzorg tot ziekenhuiszorg, van mantelzorg tot thuishulp. Zowel professioneel als informeel. Want, zo zegt zij: het is allemaal met elkaar verweven.

Anders naar zorg kijken

Een belangrijke conclusie van Lynn is dat we zorg niet goed zien voor wat het is. Want zorg is overal, maar zorgen gaat niet vanzelf. Zorg heeft tijd,  ruimte en aandacht nodig.  ‘Professionele zorgverleners hebben het te druk. En wanneer zij te weinig tijd hebben, komen ze niet meer écht aan zorgen toe. Daarnaast is er is méér tijd en ruimte nodig voor informele zorg, zoals mantelzorg en ouderzorg. Bijvoorbeeld door kortere of flexibelere werkweken, en betere financiële ondersteuning voor mensen die een groot deel van hun tijd besteden aan het zorgen voor naasten.’

Maar dat is niet voldoende. ‘Tegelijk moeten we zorg anders gaan invullen’, vervolgt ze. ‘Vaak komen mensen bij de dokter met een probleem dat aanvankelijk niet medisch, maar sociaal is. Denk aan schuldenproblematiek of stress op het werk of in het dagelijks leven. Wanneer we als samenleving de kans op armoede, schulden of stress verkleinen, wordt de druk op de professionele zorg ook kleiner.’ En dat is hard nodig, want nu al staan er ruim 50.000 vacatures open in de professionele zorg. En aan het eind van dit decennium zijn dat er 130.000. De kloof tussen de vraag naar zorg en het aanbod wordt dus steeds groter.

vrouw met boek over zorg

Meer zorg is niet altijd beter

Daarom is het ook zo belangrijk dat we kritisch blijven kijken naar welke zorg iemand nodig heeft. ‘Moeten we levens altijd zo lang mogelijk verlengen?’, is hierbij een belangrijke, en ook lastige vraag die Lynn stelt. ‘Of kunnen we beter kijken hóe iemands leven er in die laatste fase uit zou kunnen zien zonder levensverlengende ingrepen? Die ingrepen komen de kwaliteit van leven namelijk niet altijd ten goede. Voor rustige gesprekken daarover met patiënten hebben artsen nu vaak geen tijd. Maar méér zorg is niet altijd betere zorg. En zijn er zorgvragen die misschien niet gesteld hoeven te worden, bijvoorbeeld door armoede, schulden of stress te voorkomen?’

Schrijnend

Voor het schrijven van haar boek Zorg. Een betere kijk op de mens interviewde en volgde Lynn Berger allerlei soorten zorgverleners. ‘Ik was met name erg geraakt door een moeder met een dochter die een ernstige stofwisselingsziekte had. De moeder had haar baan opgezegd om fulltime voor haar dochter te kunnen zorgen. Hiervoor kreeg zij een kleine vergoeding uit haar dochters persoonsgebonden budget. Maar ze bouwde geen pensioen op en was niet verzekerd, zoals ze bij een werkgever wel zou zijn. Ze zei: ”Om voor iemand te zorgen moet je ook voor jezelf kunnen zorgen, en dat kan ik nu niet.“ Uiteindelijk is haar dochter overleden. Toen de moeder daarna aan het werk wilde gaan in de zorg, kon zij nergens terecht omdat ze er de papieren niet voor heeft. Twintig jaar praktijkervaring bleek niet voldoende. We zouden in Nederland misschien wat meer moeten kijken naar welke competenties en ervaring mensen hebben, en wat minder naar het juiste papiertje.’

Onbetaalde zorg is ook werk

Op de vraag wat we nu zelf kunnen doen om de situatie te verbeteren, antwoordt Berger: ‘Het zou goed zijn als we allemaal inzien dat ook onbetaalde zorg, zoals die van ouders voor kinderen en mantelzorgers voor naasten, een vorm van werk is. Belangrijk werk, dat tijd en energie kost, en waar je van moet herstellen. In het gesprek over deeltijdwerkende vrouwen wordt vaak gedaan alsof vrouwen die geen fulltimebaan hebben, de rest van de tijd zitten te niksen. Maar vaak werken ze dan ook hartstikke hard – ze zorgen voor kinderen en het huishouden en naasten – ze krijgen er alleen niet voor betaald! In het Integraal Zorgakkoord staat dat het aandeel werkenden in de professionele zorg niet mag groeien. Dat betekent dat er de komende jaren meer en meer zorg in het informele domein terecht zal komen. Prima, maar dan moeten we dat wel mogelijk maken – en dat begint met inzien dat dit óók werken is.’

Ze vervolgt: ‘Ik ben zelf ook anders naar mijn dagindeling gaan kijken sinds ik zo met zorg bezig ben. Ik vind het belangrijk om voor de zorg voor mijn kinderen genoeg energie over te houden en tijd in te ruimen. Dat probeer ik meer te beschermen, door niet al mijn tijd te laten opslokken door mijn baan als journalist.’

Lynn hoopt dat mensen zich realiseren dat het zorgen voor een ander niet alleen een last is, maar zeker ook een lust. ‘Uit onderzoeken blijkt dat het erg goed voor ons is om voor anderen te zorgen: het geeft ons zingeving, we maken stofjes aan die ons een fijn gevoel geven, en het is een belangrijke manier om ons verbonden te voelen met anderen. En hoe meer je zorgt, hoe beter je er in wordt. We zouden er goed aan doen onze kinderen al vroeg te laten oefenen met zorgen, zodat ze leren dat het niet alleen belangrijk is om voor een ander te zorgen, maar ook leuk. Daarmee verklein je de zorgvraag niet, maar je vergroot er wel het aanbod door.’