07 december 2020 | Levensstijl | Achtergrond | 5 min. leestijd
Wat is het verschil tussen intelligentie en IQ? En waarom kunnen we niet steeds slimmer worden tijdens ons leven?
We gebruiken de termen vaak door elkaar, toch zijn intelligentie en IQ niet hetzelfde. Loes van Aken docent klinische psychologie aan de Radboud Universiteit en werkzaam binnen het Topklinisch Centrum voor Neuropsychiatrie: “Intelligentie is een breed theoretisch begrip, terwijl het IQ (intelligentiequotiënt) de meetwaarde van intelligentie is en een weergave van je functioneringsniveau. Een IQ-score zegt niet alles over onze intelligentie, maar het is nog steeds wel de beste manier om intelligentie te meten.”

IQ versus intelligentie

Hoe goed we presteren op een IQ-test is niet altijd constant. De een presteert ’s morgens beter, de ander op een ander moment van de dag. “Eigenlijk kun je beter zeggen dat mensen niet op elk moment even scherp zijn”, aldus Van Aken. “Want een iets betere score bij een IQ-test ’s morgens of ’s avonds maakt je nog niet intelligenter. Je intelligentie is namelijk redelijk stabiel, omdat die grotendeels in je genen verankerd zit. In de score van een IQ-test wordt rekening gehouden met heel kleine prestatieverschillen.” Mensen kunnen gedurende hun leven dan ook niet veel intelligenter worden, aldus Van Aken. “Je kunt wel deelvaardigheden trainen, zoals muzikaliteit of technisch inzicht, maar daar word je niet slimmer van op alle andere gebieden. Door hulp, feedback en oefeningen kun je wel verbeteren wat je al kunt. Maar een IQ van 80 wordt nooit een IQ van 120.”


"Je intelligentie is redelijk stabiel, omdat die grotendeels in je genen verankerd zit"

Hoogbegaafd

Het gemiddelde IQ in Nederland is 100, volgens de zogeheten normaalverdeling. Iemand met een score van 130 of hoger geldt als hoogbegaafd. Dit geldt voor ongeveer 2,5 procent van de Nederlanders. Circa 68 procent heeft een IQ tussen de 85 en 115. Niet alleen laagbegaafdheid kan problematisch zijn, ook een heel hoog IQ kan lastig zijn. Van Aken: “De maatschappij is ingericht op die grote middenmoot, de rest moet zich aanpassen. Voor mensen met een lichte verstandelijke beperking die het in hun eentje niet redden, zijn er tal van voorzieningen. Maar zowel voor de groep daarboven, laagbegaafde mensen, als voor hoogbegaafden die sturing nodig hebben, is het moeilijk om hulp te vinden.” Dat sommige mensen meer kans hebben op psychische problemen heeft deels te maken met intelligentie, aldus Van Aken. “Intelligentie is namelijk vooral een kwestie van je goed kunnen bewegen door de wereld, je kunnen aanpassen aan nieuwe situaties en je eigen gedrag kunnen overzien.”

12 feiten en cijfers over intelligentie

  1. Het woord intelligentie komt van het Latijnse werkwoord intellegere: ‘zien, verstaan, begrijpen’.
  2. Psychologen definiëren intelligentie als een zeer algemene mentale vaardigheid die verschillende competenties omvat, zoals problemen oplossen, complexe ideeën begrijpen, abstract denken en leren uit ervaringen. Wie op een bepaald gebied goed scoort, blinkt vaak ook uit op andere vlakken.
  3. De eerste intelligentietest werd ontwikkeld door de Franse psychologen Alfred Binet en Théodore Simon. Ze gebruikten de test in 1905 om cognitieve prestaties van schoolkinderen te beoordelen.
  4. Behalve het IQ is er ook het EQ (emotionele-intelligentiequotiënt). Het EQ meet hoe goed mensen zijn in het herkennen van emoties bij henzelf en anderen, en hoe ze hiermee maatschappelijk succesvol kunnen zijn.
  5. Sinds 1995 neemt het IQ in Noordwest-Europa met ongeveer 2,5 IQ-punten per 10 jaar af. Dat heeft volgens dr. Jan te Nijenhuis van de VU verschillende oorzaken: intelligente mensen krijgen minder kinderen, toxische stoffen zouden ons brein aantasten en ons zelfstandig denkvermogen lijkt steeds minder te worden aangesproken door het veelvuldig gebruik van computer, televisie, telefoon en internet.
  6. Intelligentie is voor circa 60 tot 80 procent erfelijk.
  7. Een heel belangrijke factor bij intelligentie is efficiëntie. Intelligentere mensen vertonen meer doelgerichte hersenactiviteit dan minder intelligente mensen wanneer ze een moeilijke taak moeten oplossen.
  8. Vrouwen hebben gemiddeld 150 gram minder hersenmassa dan mannen. Toch scoren ze doorgaans net zo goed op IQ-tests.
  9. De neuronen in de hersenschors van mensen met een laag IQ zijn eerder compact en chaotisch, terwijl ze bij mensen met een hoog IQ vaak een lagere dichtheid hebben en beter geordend zijn.
  10. Een intelligent mens heeft veel ingrediënten nodig: efficiënte processoren (de piramidecellen van de grijze stof), een snel communicatiesysteem (de witte stof), een goed functionerend werkgeheugen (het vermogen om meerdere stukjes informatie vast te houden en tegelijk ook andere informatie te verwerken), optimale doorbloeding van de hersenen, een krachtig immuunsysteem en een efficiënte energiestofwisseling.
  11. Intelligentie is medebepalend voor de psychische klachten die mensen kunnen hebben. Een depressief iemand met een laag IQ heeft vaker gedragsproblemen dan een depressief iemand met een hoog IQ, die eerder zal piekeren. Beide vormen vergen een andere aanpak in behandeling.
  12. De Zuid-Koreaanse kernfysicus Kim Ung-yong is met een IQ van 210 een van de intelligentste mensen op aarde.

 

Bronnen: Loes van Aken – Radboud Universiteit, NEMO Kennislink, Psyche & Brein, Scientias