07 december 2020 | Levensstijl | Achtergrond | 2 min. leestijd
De neurowetenschap lijkt zich steeds meer te interesseren in dansen. Waarom is dat?
Een dansje doen – het lijkt een kwestie van get up and boogie, maar er komt veel bij kijken: je danspartner en het ritme volgen, bewegingen coördineren, evenwicht bewaren, kijken, voelen en luisteren. De combinatie van beweging, muziek, emotie, sociaal contact en choreografie maakt dansen uniek.

Nieuwe verbindingen leggen

Volgens neurowetenschapper Stephan Swinnen van de KU Leuven spreekt dansen veel meer hersengebieden aan dan fietsen op een hometrainer. Ook neuropsycholoog Erik Scherder benadrukt dat dansen goed is voor de hersenen: “Als je danst, bouw je een cognitieve reserve op. Dat komt doordat je bewegen combineert met muziek – je doet iets uitdagends, iets wat moeite kost. Daarmee stimuleer je je hersenen om nieuwe verbindingen te leggen. Zo breid je door te dansen letterlijk je hersencapaciteit uit.”

Een effectieve hobby

Daarnaast verkleint dansen ook het risico op enkele vaak voorkomende ouderdomsziektes. Dit heeft te maken met de mentale inspanning die je hersenen moeten verrichten. Het risico op ouderdomsziektes zoals dementie kan namelijk alleen worden verkleind door hobby’s die een zekere mentale inspanning vergen. Dus niet door fietsen en golfen, maar wél door musiceren, schaken, dammen, lezen en dansen.

Door te dansen train je dus niet alleen het lichaam maar ook het brein. Het effect is volgens Swinnen het grootst als je léért dansen: het aanleren en onthouden van nieuwe bewegingen zorgt voor extra mentale activiteit. Dat, aldus Swinnen, vertraagt de veroudering van de hersenen.