Steeds meer mondige patiënten: een vloek of een zegen?

10 maart 2017 | Levensstijl | Interview | 5 min. leestijd
Consumenten worden steeds mondiger, óók als het gaat om zorg. Patiënten winnen zelf veel informatie in voordat zij een gesprek met een zorgverlener aangaan. Is dat alleen vervelend voor artsen en verpleegkundigen of levert het netto ook iets op? Drie zorgverleners met kennis van zaken geven hun visie.

Huisarts Michiel Berenschot, werkzaam in Zorgcentrum Haveneiland op IJburg, is blij met de mondigheid van de moderne patiënten. “Ik vind het fijn als zij de regie nemen”, legt hij uit. “Ze zoeken voor hun bezoek hun klachten op internet op en menen te weten wat ze hebben. Soms hebben ze zelfs al een voorkeur voor een bepaalde behandeling.”

Berenschot vindt dat een goede ontwikkeling. “Gezondheid is immers een gedeelde verantwoordelijkheid van arts en patiënt. En een extra voordeel is dat ik door de goed voorbereide patiënt extra tijd heb om dingen uit te zoeken. Zo kunnen we samen gerichter op zoek naar de oorzaak van klachten en de oplossing.”


Zelfregie

Overigens heeft die zelfregie soms ook nadelen. “Een enkele keer houdt een patiënt te veel vast aan zijn eigen diagnose”, noemt de huisarts als voorbeeld. “Dan leg ik uit dat het onverstandig is om op de doktersstoel te gaan zitten. Het is goed invloed te willen hebben, om mee te denken en te zeggen waar je bang voor bent en waar je voorkeur naar uit gaat. Maar een eigen mening mag de dialoog met de zorgverlener nooit in de weg staan.”

Horrorverhalen

Plastisch chirurg Jan Fabré uit Nijmegen vindt het ook fijn als patiënten al voorkennis hebben opgedaan. “Dan weten ze al veel wat ze moeten weten en verloopt de communicatie tijdens het gesprek op de poli veel vlotter”, legt hij uit. Dit kan overigens averechts werken als mensen verkeerde bronnen hebben geraadpleegd. “Soms gaan ze puur af op de succes- of horrorverhalen van bekenden. Vooral bij borstreconstructies merk ik dat vrouwen graag kiezen voor wat bij een ander mooi staat, maar ieder lichaam is anders. Wat voor de één werkt, hoeft niet de beste oplossing te zijn voor de ander.”

Om dit soort situaties te voorkomen organiseert zijn praktijk vijf keer per jaar een informatiebijeenkomst. “Goede voorlichting is zo belangrijk, stelt Fabré. “Zo’n informatieavond is volgens mij nog steeds de beste manier om geïnteresseerden op een ontspannen manier een eerlijk beeld van alle mogelijkheden te geven.”

Familieleden

Ook oncoloog Aart van Bochove van het Zaans Medisch Centrum zou, als hij zelf patiënt was, heel veel vragen stellen aan de zorgverlener. “In de oncologie heb je veel met doorverwijzingen te maken”, vertelt hij. “De meest gestelde vragen zijn: ben ik hier wel aan het juiste adres? Heb ik recht op een second opinion? En is een academisch ziekenhuis geschikter?” Specialistische zorg is vaak heel ingrijpend voor mensen. “Als patiënten dan een gevoel van zelfregie hebben, houden ze het traject beter vol. Een goede behandeling begint met een goed systeem. Alleen dan kan de patiënt naar het juiste ziekenhuis worden doorverwezen.”

Van Bochove gaat graag met patiënten in discussie. “Ik zie die discussie als een ontmoeting tussen twee experts”, legt hij uit. “Als internist ben ik expert in gezondheid, de patiënt gaat over zijn eigen lichaam en heeft bepaalde wensen. We hebben beiden een andere invalshoek, waar we het samen over eens moeten worden.” Dat oncologen bij behandeltrajecten ook vaak met familieleden te maken hebben, maakt het werk niet altijd gemakkelijker. “Maar ik snap dat ook zij de regie willen hebben over het behandeltraject van hun geliefde.”