18 januari 2021 | Mentaal gezond | Interview | 3 min. leestijd
Zonder angst leven. Het klinkt ideaal, maar het is juist levensgevaarlijk. Angstgevoelens houden ons namelijk alert. Hoe werkt dat in het brein en wat gebeurt er wanneer angst je dagelijks leven overneemt? Wij geven antwoord.

Q: Wat gebeurt er bij angst in het brein?

A: Hartkloppingen, klamme handen of een trillende stem: iedereen weet hoe angst voelt. Maar waar komt het vandaan? Angstreacties komen voort uit het centraal zenuwstelsel, waar belangrijke lichaamsfuncties als honger, dorst en ademhaling worden geregeld. Wanneer je lichaam zich in een gevaarlijke situatie bevindt, worden de neurotransmitters in dit deel van je brein actief. Dat zijn stoffen als serotonine, dopamine, en noradrenaline. Die stoffen maken je lichaam in bepaalde situaties alert en zorgen dat je direct kan reageren met een vecht- of vluchtreactie. Wanneer angst iemands dagelijks leven overneemt, spreek je van een angststoornis.

Q: Welke soorten angststoornissen bestaan er?

A: Ten eerste kan je last hebben van een paniekstoornis. Bij deze stoornis heb je last van korte, hevige paniekaanvallen met bijvoorbeeld hartkloppingen, ademnood en/of duizeligheid. Wanneer je heel erg bang bent voor specifieke dingen, dieren of omstandigheden spreek je van een fobie. Denk aan hoogtevrees, pleinvrees of een sociale fobie. Verder kun je last hebben van een gegeneraliseerde angststoornis: een piekerstoornis bijvoorbeeld. Hierbij ben je constant gespannen, zonder duidelijke reden. Je kunt ook denken aan een dwangstoornis, waarbij je jezelf op een obsessieve manier verplicht om bepaalde handelingen te doen. Of een posttraumatische stressstoornis, die vaak na een traumatische gebeurtenis ontstaat.

Q: Hoe ontstaan angststoornissen?

A: Meerdere risicofactoren spelen een rol: biologische-, sociale- en psychische factoren. Biologische, omdat angsten erfelijk kunnen zijn. Bovendien lijden vrouwen er vaker aan dan mannen. Ook kan het zijn dat de neurotransmitters niet in evenwicht zijn, waardoor je in situaties heftiger kan reageren. Wanneer je een ingrijpende gebeurtenis meemaakt, zoals een overlijden of geboorte, heb je ook meer kans op het ontwikkelen van een angststoornis. Dan liggen er sociale factoren aan ten grondslag. De psychische factoren die een rol spelen, zijn karaktertrekken. Zo kunnen persoonlijke kenmerken als introversie en neuroticisme (emotionele instabiliteit) het risico op een stoornis verhogen.

Q: Hoe herken je een angststoornis bij jezelf?

A: Vaak voorkomende symptomen van een angststoornis zijn: hoofdpijn, buikpijn, slaapproblemen, een gebrek aan eetlust, concentratieproblemen en prikkelbaarheid. Andere symptomen zijn: onrust en nervositeit. Je hoeft overigens niet van alle symptomen last te hebben, om te spreken van een stoornis. De een heeft van bepaalde symptomen meer last dan de ander.

Q: Welke behandelingen bieden een uitkomst?

A: Cognitieve gedragstherapie kan helpen. Hierbij wordt je negatieve denk- en gedragspatroon aan de hand van oefeningen doorbroken. Ook medicijnen kunnen angstklachten verminderen: antidepressiva en benzodiazepinen. Het gebruik van medicijnen bovenop gedragstherapie kan voor sommigen zelfs een gouden combinatie zijn. Verder kan de psychotherapeutische behandeling Eye Movement Desensitization and Reprocessing en de experimentele behandeling genaamd Deep Brain Stimulation — therapie met elektrische pulsen — een uitkomst zijn.

Q: Wat kun je er in een vroeg stadium aan doen?

A: Probeer een goed beeld te krijgen van de angsten die je ervaart. Schrijf je gedachten bijvoorbeeld op in een dagboek. Bedenk voor jezelf: waar ben ik precies bang voor, hoe beïnvloedt deze angst mijn dagelijks leven en hoe reageer ik daarop? Praat er ook over met de mensen waar je om geeft en houd angsten niet voor jezelf. Vermijd moeilijke situaties vooral niet, maar ga de confrontatie aan. Je zult zien dat de angst dan steeds irreëler aanvoelt, al zijn het kleine stappen. Laat alcohol en cafeïnehoudende dranken ten slotte zoveel mogelijk links liggen. Die kunnen gevoelens van angst namelijk versterken.

 

Bron: Folder Leven met een angststoornis, Hersenstichting. Samengesteld met prof. dr. A. J. L. M. van Balkom, hoogleraar psychiatrie GGZ inGeest en VUmc, Amsterdam.

Tips voor vrienden en familie

Heb je het vermoeden dat een naaste last heeft van een angststoornis? Probeer vooral begrip te tonen. Zeggen dat hij/zij zich moet ontspannen en dat de angst overdreven is, is af te raden. Vraag in plaats daarvan waar de persoon behoefte aan heeft en hoe jij daarbij kunt helpen. Probeer ook zoveel mogelijk informatie te verzamelen over de stoornis; bezoek samen voorlichtingsbijeenkomsten of volg een cursus.