De kracht van prevalidatie: sneller herstellen na je operatie

25 oktober 2021 | Fysiek gezond | Achtergrond | 4 min. leestijd
Hoe fitter je een operatie ingaat, hoe sneller en beter je herstelt. Vooral kwetsbare patiënten kunnen daarom baat hebben bij prevalidatie. Prevalidatie is een preventief programma waarbij je voorafgaand aan een zware behandeling of operatie aan je fysieke en mentale conditie werkt. Waarom is deze periode belangrijk en wat is erover bekend?

Beter voorbereid een operatie in

Prevalidatie ofwel prehabilitatie begint in de periode tussen de diagnose van een ziekte en eindigt bij de start van de behandeling of operatie. In deze periode is het de bedoeling dat de patiënt in optimale conditie komt om de nadelige effecten van een behandeling te minimaliseren. Prevalidatie versnelt het herstel na een ingreep, voorkomt complicaties en bespaart zorgkosten, blijkt uit onderzoek door TNO.

Bart Bongers, medisch fysioloog en universitair docent aan de Universiteit Maastricht, bestudeert hoe het lichaam reageert op fysieke stress en doet onderzoek naar prevalidatie. Bongers: ‘Iedereen kent het begrip revalidatie, waarbij je herstelt ná een behandeling. Prevalidatie richt zich juist op de periode vóór de behandeling en is daarmee proactief in plaats van reactief. Je bereidt je voor op iets dat in de toekomst plaatsvindt, met als doel betere behandeluitkomsten.’

‘Prevalidatie verkleint de kans op het ontstaan van complicaties en in het ergste geval zelfs de kans op overlijden, versnelt het herstel en vermindert daarmee iemands opnameduur in het ziekenhuis. Je haalt als het ware een stukje revalidatie naar de voorkant. Door te prevalideren heb je minder revalidatie nodig. Je gaat namelijk beter voorbereid de operatie in.’

Kwetsbare patiënten

De een heeft meer baat bij een prevalidatietraject dan de ander, legt Bongers uit. ‘Vooral kwetsbare, niet fitte patiënten halen veel voordeel uit prevalidatie. Patiënten met een verhoogd risico op ongewenste behandeluitkomsten kunnen de meeste winst boeken door vooraf intensief te trainen, liefst onder goede begeleiding van een hiervoor geschoolde fysiotherapeut. Dit kan in een fysiotherapiepraktijk in de buurt of zelfs in de thuissituatie.’ In het Maastricht UMC+ gebeurt dit in de vorm van wetenschappelijk onderzoek vooral binnen de oncologie. Maar ook bij cardiothoracale chirurgie (chirurgie van de borstholte, red.) en orthopedie lopen onderzoeken naar het effect van prevalidatie op het herstel, zegt Bongers.

Zelf doet Bongers vooral onderzoek naar prevalidatie binnen de oncologie, waar patiënten vaak een intensieve behandeling te wachten staat. De prevalidatieperiode bedraagt daar doorgaans slechts een aantal weken. ‘Bij de diagnose kanker gelden er wettelijke richtlijnen die bepalen dat je binnen een aantal weken moet starten met de behandeling. Bij een oncologische aandoening heb je dus ook maar een beperkt aantal weken om te prevalideren.’

‘Of prevalidatie bij alle kwetsbare patiënten een goed idee is, moet nog verder onderzocht worden’, zegt de medisch fysioloog. Hij noemt patiënten in een zogenoemde katabole toestand als voorbeeld. ‘Hierbij gaat iemand fysiek achteruit vanwege gewichts- en spiermassaverlies door onderliggende ziekteprocessen. De vraag is of je deze patiënten door fysieke training niet juist in een slechtere fysieke gesteldheid brengt’.

Gezondheidscheck

Hoe weet je wanneer iemand geschikt is voor prevalidatie? Om te bepalen wie in aanmerking komt, wordt een patiënt vooraf gescreend. ‘Wij noemen dat een preoperatief assessment’, zegt Bongers. ‘Wanneer iemand een diagnose krijgt en met het behandelteam besluit een zware operatie te ondergaan, sturen we de patiënt langs een preoperatieve polikliniek. De patiënt wordt hier op verschillende vlakken onderzocht. De fysieke fitheid, voedingsstatus, het mentale welzijn en het gebruik van alcohol en tabak bijvoorbeeld.’

Elke patiënt is uniek. Mocht de patiënt bijvoorbeeld goed scoren qua voedingsstatus, maar een slechte fysieke fitheid hebben, dan kan deze gekoppeld worden aan een fysiotherapeut en advies krijgen gevarieerd en eiwitrijk te eten.

In het geval van een lage fysieke fitheid én slechte voedingstoestand kan de patiënt naast een fysiotherapeut door een diëtist specifiek ondersteund worden met bijvoorbeeld eiwitsupplementen. Bongers: ‘Eén plus één is drie. Een prevalidatietraject is een combinatie van interventies en adviezen, afgestemd op de risicofactoren van een patiënt.’ De universitair docent omschrijft preoperatieve fysieke training als de hoeksteen van een prevalidatieprogramma: ‘Het is de meest effectieve modaliteit.’

Onderzoek in kinderschoenen

Bongers: ‘Nederland is een van de koplopers op het gebied van prevalidatie, maar het is een redelijk nieuw onderzoeksveld. Sinds een jaar of 10 worden er pas echt gedegen studies uitgevoerd. Maar er zijn nog veel vragen en het maakt landelijk nog geen deel uit van de standaardzorg.

‘Wat we tot nu toe weten, is dat de minst fitte personen de meeste vooruitgang kunnen boeken. Bij deze groep kun je complicaties na de operatie met bijna 50% verminderen. Vaak gaat het hier om patiënten met een slechte leefstijl, lagere sociaaleconomische status en patiënten die slecht aanvullend verzekerd zijn. Door het verlagen van het risico op complicaties en het versnellen van het herstel valt hier qua fitheid de meeste winst te halen.’

‘Bij deze groep moeten we zorgen dat patiënten mee willen én kunnen doen aan een prevalidatieprogramma, afgestemd op de behoeften van de patiënt. Ook blijkt dat mensen bij een relatief korte prevalidatieperiode hoogintensief moeten trainen om daadwerkelijk een verbetering te zien. Je wil het lichaam dan echt flink verstoren en in disbalans brengen.’

Verandering van leefstijl

Wat als je niet in aanmerking komt voor prevalidatie? Wat kun je als patiënt zelf doen om het herstelproces na een operatie of behandeling te vergemakkelijken? Volgens Bongers is het aanpassen van je leefstijl een goede stap.

‘Maak optimaal gebruik van de periode voorafgaand aan de operatie of behandeling. Beweeg minimaal een half uur of zelfs een uur per dag, minimaal vijf dagen in de week, maar liefst op alle dagen. Ga bijvoorbeeld lekker een uur fietsen of stevig doorwandelen. Zorg ook voor een gezond en gevarieerd eetpatroon, met eiwitrijk voedsel. En stop of minder met alcohol drinken en/of roken. Ook kleine veranderingen hebben een positief effect.’

Bron: Bart Bongers, medisch fysioloog en universitair docent, vakgroep Voeding en Bewegingswetenschappen, Universiteit Maastricht.

Wachtlijstbemiddeling

Ben je doorverwezen naar een specialist en sta je op een lange wachtlijst? Een ZorgConsulent van ONVZ kan helpen met wachtlijstbemiddeling. De consulent neemt contact op met verschillende zorgaanbieders om uit te zoeken of je ergens anders sneller terecht kunt. ZorgConsulent Ashley Porton legt uit hoe wachtlijstbemiddeling werkt