Op naar groenere zorg: lever ongebruikte medicijnen in

12 april 2021 | Levensstijl | Interview | 3 min. leestijd
Elk jaar belandt er meer dan 100 miljoen euro aan ongebruikte medicijnen in de prullenbak. Het Radboudumc start daarom in samenwerking met drie andere ziekenhuizen een proef waarbij dure geneesmiddelen van patiënten opnieuw worden uitgegeven. Doel van de studie is: medicijn-verspilling tegengaan en de zorg verduurzamen.
Veel geneesmiddelen hebben als eindbestemming niet het lichaam, maar de afvalbak of gootsteen. Hartstikke zonde, vindt Charlotte Bekker, onderzoeker aan het Radboudumc. Om medicijnverspilling te verminderen, start ze met haar team een proef om dure kankermedicijnen opnieuw uit te geven. Het plan is om ruim 1100 kankerpatiënten mee te nemen in het onderzoek en die studie zal een jaar duren. Hoe gaat deze heruitgave van medicijnen precies in z’n werk? We vragen het aan Bekker.

Q: Zijn de medicijnen die worden hergebruikt nog wel goed?

A: ‘De kwaliteit van de opnieuw uitgegeven geneesmiddelen is identiek aan nieuwe geneesmiddelen. Het uitgangspunt is dat de medicijnen onaangetast zijn. Om de kwaliteit te kunnen waarborgen, verzegelen we de geneesmiddelen in de apotheek. Medicijnen komen daar terecht in een sealbag, vergelijkbaar met een vloeistofzak die je op vliegvelden krijgt. Daar stoppen we een kleine temperatuurchip ter grootte van een postzegel bij. 

Als patiënten medicijnen inleveren, checken we de temperatuurlogger. Bij een rood lampje is de bewaartemperatuur overschreden; bij groen licht is er niks aan de hand. Ook controleren we de houdbaarheidsdatum, of de verpakking nog intact is en of de verzegeling is verbroken. Zo kunnen we de kwaliteit garanderen.’

Q: Welke medicijnsoorten worden heruitgegeven?

A: ‘Verspilling komt bij eigenlijk alle medicijnsoorten voor: je kunt niet één specifieke groep verspillers aankaarten. Dat maakt nadenken over oplossingen lastig. Maar deze proef met temperatuurchip en verzegelde zakken rollen we specifiek uit bij dure kankermedicijnen, omdat daar extra materialen voor nodig zijn en die kosten willen we eruit halen. Vanuit financieel oogpunt loont het niet om deze aanpak ook toe te passen bij goedkope antibioticakuren of andere medicijnen van de openbare apotheek.’

Q: Worden ontvangers van hergebruikte medicijnen hierover geïnformeerd?

A: ‘Wanneer hergebruikte medicijnen onderdeel worden van de reguliere zorg, hebben patiënten het recht om dat te weten. Ze moeten ervan op de hoogte zijn dat de apotheek geneesmiddelen op deze manier verstrekt en hoe het in zijn werking gaat. Wel wordt het logistiek lastig om dat per doosje aan te geven. Daarom komen er geen stickers of stempels op de doosjes om dat duidelijk te maken. Ook krijgen patiënten aan de balie van de apotheek niet de keuze: liever een ingeleverd of splinternieuw doosje? De nieuwe en hergebruikte verpakkingen zijn dus niet van elkaar te onderscheiden.’

Q: Verandert de prijs van de medicijnen hierdoor?

A: ‘De prijs blijft hetzelfde. Als medicijnen worden ingeleverd en opnieuw worden uitgegeven, crediteren we de kosten bij de zorgverzekeraar van de patiënt die de middelen retourneert. Maar aangezien het om dure medicijnen gaat, zijn patiënten al snel door hun eigen risico heen en zal deze hier zelf niet aan verdienen. Het geld gaat dan terug naar het zorgbudget, waarbij het ten goede komt aan andere zorg.’

Q: Krijg je geld terug bij het inleveren van ongebruikte medicijnen?

A: ‘Nee, dat niet. Kankermedicijnen zijn al snel tussen de 1000 en 3000 euro per doosje. Op jaarbasis komt dat neer op 30.000 euro aan behandelkosten. Dan zit je als patiënt al snel door je eigen risico heen.’

Q: Waarom gebeurt deze werkwijze nu pas?

A: ‘Om de kwaliteit te kunnen garanderen, is er een aantal jaren aan vooraf gegaan. We hebben onder andere onderzocht of patiënten überhaupt bereid zijn om opnieuw uitgegeven medicijnen aan te nemen, en dat zijn ze. Bovendien hebben we veel tijd gespendeerd aan gesprekken met zorgprofessionals en landelijke partijen en zijn we met deze proef echt aan het pionieren. 

We kunnen niks afkijken van andere landen, want we zijn de eersten die hier mee starten. Tenslotte laat de huidige wetgeving deze methode nog niet toe, maar gelukkig hebben we vrijstelling gekregen om het binnen onderzoeksverband uit te rollen. Hopelijk kunnen we later bewijzen dat deze methode zinvol is.’

 

Bron: Charlotte Bekker, onderzoeker aan het Radboudumc.

Over pionieren gesproken: het UMC Utrecht onderzoekt of een smartwatch corona kan opsporen, nog voordat je klachten ervaart. De eerste bevindingen zijn rooskleurig.