08 december 2015 | Fysiek gezond | Interview | 5 min. leestijd
De mens wordt steeds ouder. En dus leven we tegenwoordig veel langer dan we zelf denken. Veel mensen verklaren zichzelf veel te vroeg 'oud'. Dat is niet slim, bepleit hoogleraar Rudi Westendorp. Veel beter is het om zo lang mogelijk te blijven werken.
Tachtig jaar: dat is de gemiddelde levensverwachting voor een mens op dit moment. De eerste mens die 135 jaar oud wordt, is al geboren. “Daar zullen we ons leven dus op moeten inrichten”, stelt Rudi Westendorp, hoogleraar Ouderengeneeskunde en directeur van Leyden Academy on Vitality and Ageing. “Het is een feit dat we tegenwoordig gemiddeld allemaal een stuk ouder worden dan onze ouders of grootouders. Het is ook een feit dat de meeste mensen dat nog niet beseffen en daar nog niet op zijn voorbereid.”

Vitaal leven

In zijn boek Ouder worden zonder het te zijn probeert hij het beeld dat we hebben bij te stellen, en mensen voor te bereiden op een lang en vitaal leven. Maar hoe doe je dat eigenlijk, fluitend de tachtig, negentig of zelfs honderd halen? “Een goede vraag, waar niet iedereen één-twee-drie een antwoord op heeft”, beaamt Westendorp. “Het is best raar dat er zoveel aandacht is voor de eerste jaren van ons leven, bijvoorbeeld via het consultatiebureau. Terwijl de ouder wordende mens het allemaal zelf moet uitzoeken.”

Driekwart van de bevolking vindt zijn eigen weg, maar die andere vijfentwintig procent kan wel wat hulp gebruiken, rekent de wetenschapper voor. “Vanuit Leyden Academy zijn we bezig met de ontwikkeling van een cursus over dat onderwerp. Waar ga je wonen, hoe ga je met elkaar om, hoe vul je je dagen en hoe regel je een lang leven financieel? Het is een combinatie van levenslessen, een vitale mindset en nadenken over je ambities.”

Grote beurt

Ouder worden betekent niet automatisch ‘langer gezond leven’. Dat vitaliteit een belangrijke rol speelt, ligt voor de hand. Het lange leven is een stuk leuker zonder beperkingen of ziekte. “Wie vroeg ingrijpt en zichzelf goed onderhoudt, kan de goede jaren verlengen”, bevestigt Westendorp. “Als een auto elke twintigduizend kilometer een grote beurt krijgt en de nodige onderdelen op tijd worden vervangen, gaat ‘ie langer mee.”

Het ‘recht op rust’ dat veel 65-plussers menen te hebben, mag wat de hoogleraar betreft van tafel. “Waarom zijn er eigenlijk liften in verzorgingstehuizen? Omdat het anders te lang duurt voordat de bewoners ter plaatse zijn? So what? Ze hebben tijd genoeg! Of omdat ze te moe worden van al die trappen? Dat lijkt me alleen maar goed. Niet bewegen is dodelijk.” Het draait om bewegen in de breedste betekenis van het woord. “Zowel fysiek als mentaal moet je in beweging blijven. Laaf jezelf aan sociale contacten, zoek dagelijks een vriend of vriendin op, het liefst lopend of met de fiets. Voor de veelbesproken eenzaamheid onder ouderen heeft die oudere zelf de grootste verantwoordelijkheid. Ga op pad, ga mensen ontmoeten, zet die knop in je hoofd om.” Uiteraard is er ook een opdracht voor de rest van de samenleving. “Maar de regie ligt bij mensen zelf; zij moeten het doen.’

Biologische machine

Westendorp pleit er ook voor dat zestigers langer door blijven werken, want werken is een belangrijk onderdeel van een actief leven. Stoppen met werken omdat je 65 of 67 bent geworden, vindt hij dan ook “te zot voor woorden. Als je als 65-jarige gezond van geest en lichaam bent, waarom zou je dan in vredesnaam stoppen met werken? Wat ga je dan doen? En: wie gaat dat betalen?” Natuurlijk gaat men de ouderdom op een gegeven moment merken. “Je wordt wat minder soepel en het is wellicht verstandig om de aard van het werk daar op aan te passen. Maar als de kwaliteit van je biologische machine het toelaat, is het allesbehalve raadzaam om te stoppen met werken. Een goede pensioenleeftijd is dus niet te geven. Vooral doorgaan, daar komt het eigenlijk op neer.”